Terug op zolder

 

Het was stil toen ik terug kwam.
Het vreemde huis was leeg.
Alsof er slechts onbewoonde muren stonden.
Ik had niet het gevoel dat ik thuis kwam.

In de eerste zin hierboven, had ik eerst ‘thuis’ geschreven.
Ik maakte er ‘terug’ van.
Zo kom ik dichter bij de ‘waarheid’ van mijn gevoel.
Mijn thuis is mijn zolder.

Het verheugde mij dat het geruis van de zee
in m’n oren nog even niet overschreeuwd werd.
Ook de trappen lagen er verlaten bij
als een strand in november.

Vandaag gaat het leven weer verder.
Alsof er niets veranderd is.
Morgen is het precies weer hetzelfde.

Als de elfde of de vijftiende …
Rozengeur en maneschijn duren niet lang.