Kijk, daar zit de ochtend

 

De nacht hapert nog. In m’n stramme handen.
Vingers als zwaluwen op een hoge draad.
Wachtend op het vertrek.

De ochtend is nog een meisje
dat zich openvouwt tot vrouw.
Wachtend op een tedere pen.

Om zich te laten schrijven.