Alles is ver. En de liefste dingen nog verder.

Afbeeldingsresultaat voor schapen+herder
Foto – parochie RK Amstelland

 

 

Alles is ver. En de liefste dingen nog verder.
Maar door het verleden wordt het bij elkaar
gehouden, als schapen door een herder.

Herman de Coninck

 

 

Demets’ gedichten roepen voortdurend zo’n gevoel van onbehagen op. Deze poëzie prikt.

Het sterke aan De klaverknoop is dat het niet slechts bij zo’n emotioneel spanningsveld blijft. Het gaat hier ook om een analytische, zelfs filosofische bundel, waarin de stemmen van poststructuralistische Franse denkers rondwaren. Het begint al bij het beeld van de knoop, dat gezien de titel een ­centrale rol in de bundel heeft.
‘In die ­knoop// zitten wij gevangen’, schrijft Demets in de cyclus ‘Vaderhand’: de gezinsband is niet te verbreken; de moeder ‘dirigeert ons nog als een halsstarrig koor’. De knoop is echter evengoed verbonden aan de psychoanalyticus ­Jacques Lacan, bij wie de werkelijkheid een kluwen is waarin het reële, het imaginaire en het symbolische met elkaar verknoopt zijn. Met Lacan, bij wie hij het overkoepelende motto voor zijn bundel vond, is Demets van mening dat die knoop nauwelijks te ontwarren is. De wereld die hij in taal oproept, kan daarom nooit een probleemloze representatie van het leven zijn. Verknopen is nu eenmaal altijd verbonden met mislukking (de lacaniaanse ‘ratage’).

‘Zo diep/ zijn we verknoopt dat ik tot hen lig te verpoppen./ We hebben hetzelfde bloed. We kunnen met verworden niet stoppen.’ Dit ‘verworden’ is een centraal concept in de filosofie van Gilles Deleuze, de andere poststructuralist aan wie Demets een motto ontleent.

Gedichten die verpoppen

Paul Demets zet de gezinsverhoudingen op messcherp in zijn filosofische dichtbundel 
De klaverknoop
Uit De Standaard der Letteren – 11 januari 2019

.                                                          °°°

 

Sprookje

Van de vlinder
die niet meer wilde verpoppen.

°°°

 

Wat betekenen ‘geloof en hoop’
als er geen liefde (meer) is.

Als de vlinder versteent.
In de pop.

Nooit haar vleugels zal openslaan.

Misschien komt er wel een tijd
dat een larve geen vlinder meer wil worden.

Ach, ik schrijf maar wat.

Zopas na het lezen van een recensie.
Waarbij je filosofisch geschoold moet zijn om door een gedicht te kijken.

Terwijl taal toch een vitrine van vermoeden moet zijn.
En zo poëtisch als een doorkijkblouse.

De tijd wordt stilaan een drempel.
Waar ik niet meer over geraak.

Mijn woorden worden moe. Mijn ogen ook.
Van zoveel onverstaanbaarheid.

 

 

PS.
Kopland en Campert.
Geen filosoof nodig om te lezen wat ze schrijven.

Geen recensent of docent die je moet uitleggen wat er staat.
Het leven volstaat.

Ook in de verzen van Herman de Coninck
duiken geen filosofen onder.

Het zijn gewoon afdrukken op een venster, lenig als de liefde,
zo helder als het blauw in:

ik hou van jou.

 

 

 

 

Advertenties