de zwaartekracht van een aarzeling

.

Vertrouwen is een vangnet

Zopas
stapte zij haperend
over de richel

en de diepte onder haar aarzeling

vader
hield zijn gevleugelde armen open
klaar voor de val

die niet kwam.

.

De onvoltooid verleden tijd van gemis en verlangen

.
Schilderij van Charles-Paul Landon, 1799.

.

Hoe het water
je opslorpt als een jaloerse minnaar
en je schouders
vleugels worden

klaar voor het vertrek

nog even de boorden verdragen
de zwaartekracht
van aarzeling
en verzet

terwijl de verte op je wacht.

.

View original post

Schoonheid

.

Parafrase.
Van de Schoonheid en de Troost.

‘A woman of beauty is a joy forever.’

.

De onvoltooid verleden tijd van gemis en verlangen

Schoonheid

Hoe ouder ik raak, hoe meer conflicten ik meemaak,
hoe tijdelijker mijn tijd wordt, hoe brandender de haarden worden,
hoe hopelozer de tegenstellingen,
hoe uitzichtlozer de verzoeningen, hoe verlorener de zaken,
hoe vaker ik denk:
we zouden nu alle Tel Avivs, van Moskou over Tripoli tot Washington,
moeten beschieten met schoonheid.

Ik bedoel geen strooibrieven, pamfletten of slogans.
De eerste de beste wind neemt die zó mee.
Ik bedoel ook geen standpunten, geschilpunten of geloofspunten.
Ik bedoel gewoon schoonheid.

Eenvoudigweg schoonheid.

Uit “Si & la” – Bernard Dewulf – De Standaard – 9 augustus 2014

***

Als we schoonheid ervaren, willen we die ervaring vasthouden. Dat is op zich geen nieuws. Kant sprak al over een doelmatigheid zonder doel: we streven iets na, maar wat we nastreven is eigenlijk het bestendigen van het moment (de beleving van de schoonheid hier en nu). Het is een doel dat steeds rond…

View original post 359 woorden meer

Manieren om naar huis terug te keren

.

Geef me niets en zeg: dat is alles.
Geef me mijzelf, geef me jou.
Ik heb gezocht naar wist ik maar wat.
Geef me nu eindelijk
wat ik altijd al had.

Herman de Coninck
Uit:Met een klank van hobo,
N.V.Orbis en Orion, Beveren 1981.

De onvoltooid verleden tijd van gemis en verlangen

Alejandro Zambra Manieren om naar huis terug te keren Zambra wisselt in deze roman tussen de hilarische, ontroerende stem van een jongetje van negen, en de liefdevolle, berustende stem van een jonge schrijver, die veel van de auteur wegheeft. En zo vertelt hij in verschillende versies het verhaal van zijn generatie, en komt erachter dat niets is wat het lijkt, dat niemand onschuldig is, en dat het terugroepen van een verloren generatie niet simpelweg gaat door je af te zetten tegen je ouders, maar dat je daarvoor ook je eigen falen genadeloos bloot hoort te leggen.
Uitgeverij Karaat Tout pour la littérature!

Afbeeldingsresultaat voor huis in zwart wit

AliExpress- Foto van het internet geplukt.

Eerst moet je weggaan.
Je neemt je verlangen mee.
Maar je gemis laat je thuis.

Want gemis is er overal.
En hevig.
Dat merk je wel meteen.

In de ogen van dat meisje.
Druk bezig met haar Selfie.
Zij en zichzelf.

Twee geliefden. Alleen op deze wereld.

De dame…

View original post 118 woorden meer

Muzeliefje

.

Ooit
lurkte een schrijver aan zijn pijp
om inspiratie te inhaleren.

Gezelle werd gesouffleerd
door die avond en die rose,
traagzaam witte wagens en een hyperkinetische koolmees.

Zelf dobber ik
doorheen de straten van mijn Alma Mater,
waar pedalerende meisjes een gedicht imiteren.

O, wat ik lees ik graag wat er niet staat.

.

De onvoltooid verleden tijd van gemis en verlangen

 

reiger1.jpg

 _

_

Heb ik een muze, vroeg je. Ik schrok van het woord ‘muze’ dat ik zelf zo lichtvoetighad gebruikt. Zo pretentieus klonk het me in de oren. Ooit vroeg ik aan een ex, toen ze nog geen ex was, toen ze nog niets was: ‘Wil je mijn muze worden?’ Een grap, natuurlijk, en ook weer niet.

Ze antwoordde: ‘Als het niet te veel tijd kost, want ik werk ook nog in de Albert Heijn.’

Het is werk, muze zijn, en het verschilt misschien nauwelijks van de werkzaamheden van een caissière.
De schrijver wordt verliefd op een muze, vrees ik. Liefde en muze lopen in elkaar over, waar het ene begint en het andere ophoudt is onduidelijk. Waarin zij of hij verschilt van het model van de schilder is eveneens onduidelijk. De muze hoeft minder stil te zitten, misschien dat.

Op straat, in de supermarkt, in restaurants…

View original post 242 woorden meer

Als de dichter schrijft

als iemand langer had geleefd, als
niet een virus, niet een egomaan
nog net op tijd vermoord, als niet
die massa als een moeder, niet die
woorden in de wind, als net iets
eerder zonder misverstand wat uit
de diepte riep gehoord, als niet
de oogst, als niet het hoge water
niet die storm met onverwachte
kracht, als niet dat valse nieuws
dat onbehouwen onwaarachtigs
niet dat kind, als niet die in het lijf
geraakten met een leven voor zich
niet dat web dat zich om om, als
niet dat onverschillige gewillige
als niet de heb, als niet de heb
de heb, als niet het, als als niet
het het – hoe was de reis, hoe
lang denkt men te blijven, is het
ochtendlicht nog wat te veel
de nachtgordijnen lievere dicht?

°°°

De hippocampus

Beeldend is ………… sterk als vanouds, zowel qua klank als inhoudelijk. Een frase als ‘hinnikten te veel herinneringen in zijn hippocampus’ vloeit van het papier door de alliteraties, maar is ook buitengewoon treffend omdat de hippocampus een zeepaardvormig onderdeel van de hersenen is (in ‘hinnikten’ resoneert het paard). En over zeedieren gesproken: de vrouwtjesdolfijnen die elkaars ­clitoris beroeren, voorzien van het gortdroge commentaar ‘dolfijnen hebben zoiets nooit / verzwegen of eraf gesneden’, zullen menig ­poëzielezer lang bijblijven.

Uit een recensie in De Standaard der Letteren – zaterdag 12 november

Het gedicht hierboven
is van  “een gelauwerd ­auteur van zowel jeugdboeken als ­romans voor volwassenen, en ook haar poëzie is meerdere malen bekroond.
Als dichter blijft ze zich opnieuw uitvinden.”

De recensie (waaruit hippocampus) werd geschreven door een academicus.

++++

PS.
Gelaagd als een bladerdeeg. Met mille-feuilles.
Zo moet je een academisch gedicht schrijven.
Je zal er mij niet op betrappen. Ik ben dan ook geen academische bakker.
En ik zou, bij god, niet weten waar de clitoris van een vrouwtjesdolfijn zich bevindt.

Mijn literaire afgod Bernard Dewulf werd afgebroken tot na de komma
nadat hij in 2010 de Libris won. Voor zijn ontoelaatbaar zoeterig keukentafelniveau.

Citaat:
De Libris Prijs is bedoeld voor fictie, zeggen de reglementen, en dus niet voor non-fictie.
Op de eerste plaats had het boekje van Dewulf daarom niet mogen meedingen. Maar op de tweede plaats kan niemand, ook geen enkel Libris-jurylid,
deze collectie van binnenhuiskamerprozaminiaturen met een zoetigheidsgraad die het glazuur van je gebit doet springen, het beste boek van 2009 noemen.

Opgetekend door de gevreesde Arjan Peters

PS.
Op dagen als deze snak ik al eens naar wat zoetigheid.
En bladerdeeg van een warme bakker… mmmm.

Het verdriet van sanseveria’s

.

Vroeger…

Toen ik dit dagboek herlas,
hoorde ik plots Brel.

Nooit meer later, dacht ik,
altijd vroeger…

Les vieux ne parlent plus
Ou alors seulement
Parfois du bout des yeux
Même riches ils sont pauvres
Ils n’ont plus d’illusions

https://www.youtube.com/watch?v=uUhPhX-Z_Mk

De onvoltooid verleden tijd van gemis en verlangen

 

Gisteren nog zag ik ze treuren.
Voor het raam. In koperen potten.
Een beetje buiten, maar toch binnen.

Ze overleven slechts bij vrouwen
aan de haard. En mannen in een zetel,
pantoffels naast een dagblad.

Nog even gisteren herkauwen.
Tot als de patatten
papier nodig hebben. En zout.

En later op de avond is er de TV
die de kamer in beweging brengt.
De quiz, het nieuws en de herhalingen.

Het leven zoals het elders is.
En dan naar bed. En dromen
van ‘hoe het vroeger was’.

De sanseveria’s werden weer vergeten.

 

View original post

Neem pen en papier… Nulla dies sine linea.

Anjet Daanje. Beeld Kees van de Veen / ANP
.

Het leven van Anjet Daanje (1965) zelf is minder wervelend dan haar boek. Ze leeft een teruggetrokken bestaan in Groningen, reist amper, doet nauwelijks publieke optredens en komt in interviews naar voren als bedachtzaam en een beetje verlegen.
‘Ik wil schrijven maar geen schrijver zijn’, is een uitspraak die ze meermaals deed, onder andere in een interview met de Volkskrant:
‘Ik had het idee dat ik dan gewichtige en interessante dingen moest gaan zeggen. Dat kan ik helemaal niet, dat vind ik nog steeds.’

Schrijfster Anjet Daanje heeft donderdagavond de Boekenbon Literatuurprijs 2022 gewonnen met de roman
Het lied van ooievaar en dromedaris.
Het is de eerste grote prijs die Daanje wint, maar het zal zeker niet de laatste zijn.

Uit de Volkskrant – 10 november 2022

°°°

.

 

Ondanks de ondraaglijke lichtheid van mijn geschriften

Deinen over het wit
alsof het water is
een bootje van papier

en ik de lichtmatroos

onderweg naar jou
de verte
van het onbekende

een punt dat aan de einder drijft

maar wanneer de oneindigheid
verdwijnt
snijdt de sleur van het bekende

twee mensen tot een wonde.

_

_

PS.
Neem pen en papier.
Wanneer de meester deze woorden sprak, dan wisten wij
dat er een dictee kwam.

Niet alleen moesten wij de woorden vlekkeloos
tussen de lijntjes prangen,
ze moesten ook foutloos gespeld worden.

Het rode potlood werd Het Laatste Oordeel.
We schreven alsof onze zielezaligheid ervan afhing.
Met een dt-fout ging je naar de Hel.

In illo tempore droomde ik ervan om
‘schrijver’ te worden.
Wàt ik zou schrijven was minder belangrijk.

Ik heb mij deerlijk vergist. Toen.
Niet het zelfstandig naamwoord is belangrijk, maar het werkwoord.
En dat besef ik ondertussen al een eeuwigheid.

Daarom houd ik vol. Vingeroefeningen. Noodzakelijk zoals ademen.

.

PS.
Het wonder van een zin.
Het mirakel ontstaat door de plaats van de woorden.
Op zich lijken ze alledaags.

Maar in het gelid kunnen ze mensen breken. Tot wie ze ooit waren.

Het blijft mij verbazen. Hoe de zin een samenscholing van woorden wordt.
Een samenzwering.
Met de lezer. Die bepaalt wat er staat. Of niet.

.

 

 

Ze was bloedmooi en strooide zout

.

Bloedmooi.

Zopas las ik ergens
dat je bij ‘Kunst en Literatuur’ niet mag zeggen
dat iets (wat ook) ‘mooi’ is.

Oh, neen.
Dat is vloeken in de Kerk.
En getuigt van een absoluut amateurisme.

Volgens de Hogepriester van de Tempel.

Als je dan toch durft
een woord van je lippen te laten vlieden,
wees dan hoogdravend.

Ontmantel nooit een kunstwerk
met wat simpele woorden.
Je zou het kunnen beschadigen.

Wees mysterieus als Het Orakel van Delphi.
Zuiver als een Vestaalse Maagd.
En zo duister als Jan Hoet Zaliger.

Gelukkig mag ik een vrouw
nog ‘bloedmooi’ noemen.
Tenzij dat misschien te gevoelig ligt bij GAIA.

.

De onvoltooid verleden tijd van gemis en verlangen

Deze namiddag naar moeder gestapt.
Het is tenslotte Kerstmis en zij zette mij op deze wereld.
Drie kwartier ploeteren. Maar heerlijk.
 
De auto’s zijn tam. Getemd.
Door een laagje sneeuw.
En onderweg schrijven de verhalen zich.

Een oude heer kan niet op de bus.
Ik bied hem mijn arm aan, hij grijpt die gretig
als een drenkeling. Ik sleur de lichtmatroos
door en over de dammen sneeuw.

Hij geraakt niet op de hoge trede.
Ik ben verplicht hem zedig onder z’n ‘achterwerk’ te duwen
of hij blijft staan.

‘Doe maar’ zegt hij vol vertrouwen. Nood breekt alle etiquette. Zalig Kerstmis.

Wat verder staat een chique koppel naast een chique wagen.
De snelle bolide hulpeloos gestrand voor een hoopje sneeuw.
Een metalen slak.

Zij zit op haar hoekje en strooit een kilootje zout
achter en voor de banden.
Ach, … en ze is bloedmooi.
Haar rug lichtjes ontbloot, straalt…

View original post 243 woorden meer

Filosofie voor kleine denkers

.

Ja, we leven van strelingen en huidtroost, maar bovenal leven we van woorden van anderen, die tonen hoe we voor hen iets betekenen. En zelfs wanneer we gestreeld en aangeraakt worden, dan nog richt onze blik zich op wat de mond, die het gebaar begeleidt, zal zeggen. We leven van de zinnetjes die ons werden toegefluisterd, en die we soms als geheime troost nabij houden.

Uit De Standaard – Ariane Bazan – donderdag 28 mei 2020

.

De onvoltooid verleden tijd van gemis en verlangen

De mier en de eekhoorn stonden op het strand.
Zij waren al dagenlang op reis, en ook al beleefden zij niets,
zij waren zeer tevreden over hun reis.
‘Het is een bijzondere reis,’ zei de eekhoorn.
De mier knikte.

Uit ‘Misschien wisten zij alles’ – Toon Tellegen – pag.182

Dit sprookje brengt mij in verwarring.
De zon trekt zich traagzaam uit de grond.
Mijn gedachten rusten op het wit van Toon.

Toon lijkt mij een grote filosoof.
Voor kleine denkers.
Zij die het leven nog aanraken.
Met tastbare verlangens.

Op het eerste gezicht voel ik mij perfect thuis
bij de eekhoorn en de mier.
Op weg. Onderweg. En toch thuis.

De rust. De nabije afstand. De verte van dichtbij.
Het vermoeden gestabiliseerd.
In de reductie van het weten: dit is een bijzondere reis.

Un voyageur imaginaire à la plage de la vie.
A perfect day.
Maar hoe zit het dan…

View original post 13 woorden meer

de kleine gebaren en hun grammatica

.

Inzake dit huis

Ik vertaal de kleine verdiensten.
Van dit huis.
La petite bonté. Doorheen mijn dagen.

De muren laten mij praten. Ze onderbreken mij niet.
De trap is traag. De treden behoedzaam.
De kamers bewaren mijn adem. Voor later.

Niemand kent mij zo doorzichtig.
Als de ramen.
Vingerafdrukken op het venster.

Ze schrijven mijn naam.

.

De onvoltooid verleden tijd van gemis en verlangen


huis5e311_9789029541671_cvr
Cover Arbeiderspers

‘Het is donker in de kamer en ziel
zit tevreden onder de lamp, leest in lichaam
 
de kleine verdiensten, kruist die aan
schrijft in de marge liefde en kijkt
 
zo lang naar het woord dat het
huid wordt rond een gedachte.’

Uit: Inzake dit huis – Hester Knibbe

+++

Maar woorden
kunnen ook littekens worden
op gesloten haakjes

lettergrepen die genezen
door de kracht van een overgave
en een interbellum

in het gelijk halen
uit een soortelijk gewicht
van zwijgen

in kamers waar stilte aan tafel zit
en niet meer luistert
naar het praten

PS.
Dit huis heeft een huid.
Van muren. Gemetseld
met gemis.

En voegen van verlangen.
Als de avond zich toedekt
met weemoed.

En vensters zich afsluiten.
Van liefde en lichaam.
Komen en gaan zich opheffen.

In de onvoltooide verte.

View original post