vandaag is vlammend rood eerder baby-rose…

Hugo Camps. ©rv


Omdat mijn schrijfdrang gedempt is tot een fluitje van een cent.
Mijn gevoel voor woorden verarmd is als een gepluimd kieken,
maak ik het mij makkelijk.

En kopieer ik Hugo. De flamboyante dissident.
De man van de eerste hopscheuten met kwarteltjes.
Jaarlijks met die andere Hugo. Aan de overkant.

Hugo is herfst. En winter. A man for all seasons.
Naast hem worden Partijleiders koorknapen.
Die stiekem aan de wijn van de Pastoor zitten.

Terwijl Hugo eerder spreekt als een Paus. Ex cathedra.

.                                                          °°°

 

 

 

Helaas, de huidige socialistische leiders hebben het charisma van een bietenveld of van een golfplaten dak

Dissidentie mag ook. Onder die vlag vaart Hugo Camps op donderdag.
Hugo Camps

Het 1 meifeest van de Arbeid is mee gefragmentariseerd met de samenleving. De stoeten met rode vlaggen en fanfares zijn stoetjes geworden. Het mobiliserende effect van de Internationale is gedempt tot de kracht van een fluitdeuntje. 1 mei is nu meer een soort cultuurdag dan strijddag. De cultuur van een platonische gezamenlijkheid. Verwacht niet dat het leven morgen anders zal zijn.

Het geeft aan dat de grote sociale hobbels zijn weggewerkt. In 1899 woedde nog een felle strijd voor een achturige werkdag. Vandaag zijn klassieke 1 meivieringen met optocht en speech niet eens meer gecoiffeerd met praalwagen, marcherende vrouwenorganisaties en turnkorpsen in processie. De fanfare speelt nog, maar New Orleans wordt het niet.

In 1991 was 1 mei het begin van wekenlange stakingen die het hele land schokten. Dat is vandaag ondenkbaar. 1 mei is ontdaan van elk revolutionair elan. Wat wel intact is gebleven, is de internationale verbondenheid van het socialisme. In theorie toch, want in de praktijk heeft ook hier Koning Splinter toegeslagen.

Ik was parlementair verslaggever in de tijd van de regering-Vanden Boeynants. De rechterzijde was toen nog bang voor 1 mei. VDB pakte nog gauw uit met een paar sociale douceurtjes. Eens koopman, altijd koopman. Op de meivieringen namen volkstribunen het woord: Leo Collard, Jos Van Eynde, Achille Van Acker, André Cools waren razende orkanen die de vitale organen van hun tegenstanders raakten. Rechts en links bleven gescheiden werelden.

Ook onder de arbeiders was die scheiding aanwezig, meestal in syndicale opdeling. Ik herinner me hoe emotioneel de mensen waren bij een toespraak van hun voorman. Ik stond meestal tussen kompels, ook zij moesten huilen bij de Internationale. Alleen was niet helemaal duidelijk of dat door de muziek kwam of door het bier. Die emotionele zelfkant van 1 meitoespraken is er vandaag nog steeds, maar de kunst van het theatrale ontbreekt. Sprekers met zaagsel in de stem. De Dag van de Arbeid is een tandeloze dag geworden.

Je hoort vaak: er zijn geen arbeiders meer. Iedereen is nu medewerker van een bedrijf, zoals advocaten dat ook zijn. De gedachte dat je op het feest van de arbeid nog alleen witte jassen ziet. Ga dan eens een kijkje nemen op wegenwerken in de hitte van brandend asfalt. Of ga een dagje meedraaien aan de band bij Volvo. Op een stelling gaan staan tussen bouwvakkers is ook leerzaam. Over mannen die de gemeente schoon moeten houden heb ik het niet eens. Maar dat de arbeiders zichzelf zouden hebben opgeheven is pure nonsens. Er is nog veel zwaar werk en niet altijd in de beste omstandigheden. Het zou mooi zijn als je dat ook eens hoorde uit de mond van werkgevers en een regeringsleider.


Het 1 meifeest is intussen gekaapt door marginalen. Vlaams Belang wil op deze dag ook even socialistje spelen. Het is smakeloos en beledigend. Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA) achtte zich geroepen tot een speech. Meer dan een ordinaire hold-up werd het niet. De Vlaamse regering is een Voka-regering die denkt in termen van productiviteit en niet van sociale achterstand. De straat biedt meer comfort voor zwervers en havenots dan mevrouw Homans (N-VA). Het hele rek Vlaams-nationalisten is van de middenstand, niet van de arbeiders.

John Crombez kreeg veel tribune op deze Dag van de Arbeid. Zonder tegenspraak. Maar de voorzitter van sp.a heeft het woord niet. Zijn verbale bezieling komt uit Siberië, ingevroren. Hij blijft professor en wordt zelden broeder.


Het hedendaagse socialisme is arm aan bezieling. Soms heb ik het gevoel dat de sprekers hun eigen boodschap niet geloven. Dat ze zich wentelen in de ijle wereld van platitudes. Hun isolement komt niet alleen van anderen, zelf dragen ze er ook toe bij door verbale luiheid en oppervlakkigheid.

Dat is des te tragischer omdat rechts niet eerder zo arrogant en provocerend het gelijk opeiste. Het beleid was navenant: fiscale snoepjes voor welgestelden, de karwats van bezuinigingen voor het klootjesvolk. De ongelijkheid tussen burgers is onder de Zweedse coalitie behoorlijk toegenomen. Maar de socialisten zijn niet meer in staat de gehaktmolen te laten dragen. Ideologisch jicht verstoort de souplesse.

 In Spanje is gebleken dat het socialisme niet per se gedoemd is tot zelfontploffing. Met een charismatische leider en een opportunistisch tegengeluid kunnen ze de volkshuizen weer vol laten lopen. Helaas, de huidige leiders hebben het charisma van een bietenveld of van een golfplaten dak. Deemoed en weemoed ingeruild voor half-rechtse cijfertaal. Gevoel om de kiezer echt op te warmen lijkt te haperen. Het ontbreekt aan de romantiek van 1 mei.

Advertenties

en hij schiep het woord

Afbeeldingsresultaat voor filosofie van de heuvel

“En ik begreep dat alles gaat over verwachtingen. Precies dat was ik van deze reis aan het leren. Naar Rome fietsen is zwaar als het je doel en verwachting is Rome te bereiken en zo goed als onmogelijk als je haar verwacht te bereiken op een van tevoren vastgestelde dag via een van tevoren vastgesteld rittenschema. Elk plan dat je maakt, elke verwachting die je hebt, leidt onvermijdelijk tot teleurstelling en frustratie omdat alles altijd anders gaat dan je van tevoren hebt bedacht. En als het toevallig een keer wel zo gaat, is dat geen reden voor vreugde omdat alles alleen maar volgens verwachting is gegaan. Wat gebeurt volgens plan, gebeurt als een saaie herhaling van het plan dat je eerder in je hoofd hebt afgespeeld en wat niet gebeurt volgens plan, gebeurt als een hinderlijk obstakel voor het verwezenlijken van het plan. Zo is het nooit goed. Zo heb je nooit plezier, omdat je alleen maar bezig bent met de toekomst. En de meeste mensen leven zo, dat weet ik. Ons hele westerse systeem van productiviteit, competitie en targets is ingesteld op planning en realisatie van planning. Onze wereld staat bol van de verwachtingen. En daarom heeft niemand plezier in de wereld.”

°°°

 

 

hoe hij het woord tot leven blaast
met de adem
van zijn pen

het in zinnen wikkelt

tot het zingt
zoals verdriet huilt
of blijdschap lacht

hoe hij het licht

in haar ogen
te vinden legt
voor de blinden

die zoeken naar de liefde.

 

 
PS.
De filosofie van de heuvel. Ilja Leonard Pfeijffer.
Ik kreeg het boek van mijn buurman-schrijver.
Hij houdt niet van Ilja.

En dus ook niet van zijn woorden.
Maar hij vond het in de kringloopwinkel.
Voor een habbekrats.

En ik ondergedoken in mijn koele datsja word ontroerd.
Door de dikke dichter. De reus van de heuvel.
De filosoof van de fiets.


augustus 2018

 

PS. 2019
Ondertussen woont mijn buurman tussen de kosmopolieten.
In Brussel.
Voldoende verwijderd van het provincialisme.
Van mijn Alma Mater.

Alsof bekrompenheid zou ontstaan door geografische grenzen.
Of lege plekken.
In het gras. Of tussen rode rozen.
Waar nog stilte hangt. Als mist. Over het ochtendgloren.

 

 

De vrolijke wetenschap

Afbeeldingsresultaat voor brief
Foto internet – ik wil met je praten.nu

 

In Het kromme hout der mensheid was verlichtingsfilosoof Immanuel Kant de spil, samen met zijn tijdgenoten Napoleon Bonaparte en Beethoven. Drie figuren met gigantisch talent en even enorme gebreken. Fransen verweefde het allemaal in een helder breedbeeldverhaal met fijne, goed gedoseerde humor en hier en daar een door hemzelf verzorgd piano-intermezzo. Grote klasse.

Met Brieven aan Koos vertaalt hij die formule –  – naar een boek. Ook hier een klaar uitgangspunt: de zelfverklaarde ‘zolderkamerfilosoof’ Fransen komt eindelijk eens buiten en reist zijn helden achterna. Weer is Nietzsche een drijvende kracht, want het is een zin in diens
De vrolijke wetenschap die Fransen de koffers doet pakken:

‘Gedachten zijn de schaduwen van onze ervaringen, – altijd donkerder, leger, simpeler dan deze’.

‘Er is in de wereld één weg die niemand kan gaan behalve jij’,
schrijft Nietzsche in Oneigentijdse beschouwingen.
‘Waarheen hij leidt? Vraag niet, ga hem.’ Tim Fransen is aan het gaan, hard.

Tim Fransen Brieven aan Koos. Das Mag, 250 blz., 22,50 € (e-boek 9 €)

Uit De Standaard der Letteren – vrijdag, 26 april 2019

 

.                                          °°°

 

 

De kromme weg

Het verrassende contrast. Daar hou ik van.
Een adjectief dat een substantief tackelt.
Of dribbelt.

En scoort.

Ik ben geen wetenschapper.
En al evenmin een vrolijke Hans.
Ben zowat een middenvelder.

Op en af langs de flanken.

Tussen twijfel en vermoeden.
Wachten. En dan een laterale pas.
Of een assist. Jawel.

Maar zelden in de aanval.

 

 

 

PS.
De zin van mijn dagboek. Zinnig. Zinnelijk. Zingevend.
Het is zoeken. Dag na dag.
Tussen krant en tijdschrift.

Boek en bundel.

En alleen ik bepaal de waarde. Van die enkele woorden.
Die ik verzamel.
Voor nu en later.

PS.
Jij bent de zon. Ik je schaduw.
Onder het lover van de bomen.
Verder geraak ik niet.

Maar ik troost me. Met de koelte van een hete zomer.

de zin van een zin…

Afbeeldingsresultaat voor yves petry
Foto – NRC – Internet

‘Helaas wordt juist die onsterfelijkheid het meest veronachtzaamd door de literaire kritiek. Want het gaat bij literatuur niet zozeer om de ideeën of de plot; eenmaal je die kent, ken je ze, dus dat is geen reden om boeken te (her)lezen. Het onsterfelijke van een boek is wat je stijl zou kunnen noemen: het timbre, de kleur, de manier van zeggen. Dat is wat het uniek maakt, zoals ook een mens in het beste geval iets unieks heeft. Die eigenheid is moeilijk te beschrijven; ze zit vaak in details. Je moet een boek echt lezen om te proeven hoe uniek het is, hoe typisch Nabokov, of hoe volkomen ­Kafka. Precies daarin ligt het onvergankelijke van een roman: in dat ongrijpbare dat je achteraf makkelijk vergeet, maar dat je bij het herlezen steeds weer treft.’

‘Natuurlijk denk ik weleens: waar hou ik me eigenlijk mee bezig? We leven in contreien waar een roman nauwelijks meer publieke waarde heeft dan toiletpapier. Dus wat heeft het voor zin om schrijver te zijn? Maar zonder het schrijven zou ik afstompen, vrees ik. Hoe anders vermijden dat ik gewoon een doorsnee iemand word met doorsnee ideeën over liefde en dood?…’

Uit: Het einde – Yves Petry – De Standaard der Letteren – 26 april 2019

.                                                                            °°°

 

 

 

Een tafel als een wit blad. En de schrijver.
Hij wacht.
Op de eerste zin.

Niets of niemand die hem afleidt.

Hij lijdt aan de tijd.
De wachttijd.
In de leegte. Tussen hoofdletter en punt.

Een gedachte is niets zonder haar verpakking.

Het is de kleur en de geur.
Van een zin.
Die de aandacht verleidt. Opeist.

Lees mij. Of ik sterf.

 

 

PS.
Ik zag hem ouder en ernstiger worden.
Langs de kassa van de Delhaize.
Altijd wat schuw. En voorzichtig.

Als een mus in de nabijheid van een kat.

Mensenschuw. Of is hij alleen maar bang van de mensen
wanneer hij er door omgeven is. Consumenten.
Van droge voeding. Toiletpapier. En boeken.

Ik durf hem niet aankijken. Uit schrik hem te kwetsen.

Een schrijver als hij lijkt mij breekbaar.
Hij steekt er boven uit, fragieler ook dan de gemiddelde klant.
En dan word je al vlug weggemaaid.

Door de zeis van een opdringerige blik.

 

 

nog dichterbij

dichter bij

 Afbeeldingsresultaat voor campert

VPRO

          “Schrijven is leven. Als ik ermee ophoud, ben ik er niet meer.”
           Remco Campert

 

 

Het is wachten. Op die eerste regel.
Wordt het de zee.
Het hoge gras of wind in de bomen.

Het kan.

Misschien teken ik een meeuw
in je ogen.
Op het blauw van de hemel.

Of schrijf ik een zwaan. Op de vijver.

Ik wacht. Op het leven.
De adem van de avond.
Die mijn woorden samen blaast.

Als waren het bladeren. Op een herfstige dag.

 

 

PS.
Ik kijk en luister naar Campert. Hij heeft amper adem.
Rook krinkelt als wierook rond z’n hoofd.
Wanneer wordt hij as. Zoals het zand op de achterbank.
Als je terugkomt van het strand.

Ook al zijn deze zinnen onzinnig.
Verzoeken ze mij te mogen blijven staan.
Anders, zeggen ze, hebben we nooit bestaan.

tussen zon en zee en later…

Afbeeldingsresultaat voor koppel+selfie
Foto Daniël Rys – internet

 

Ze vragen of ik een foto wil ­maken. Jong koppel, hij erg trots op haar, daar gaat zij van stralen. Hun selfies vinden ze ontoereikend. Ze willen een totale omhelzing in de branding zien, zij links van hem, zo kan haar lange haar vrijuit wapperen, de voeten zichtbaar in het water, de zakkende zon er links bij. De instructies zijn helder, dit koppel weet wie het wil zijn.

Het is een sympathieke vraag die je niet kunt weigeren. Alleen al daarom krijg ik ze niet graag. Ik vind het een stresserend mandaat, een foto nemen. Een belangwekkend moment dat jou in de handen wordt gelegd, je hebt een zelfbeeld te bevestigen. Je kunt dus ontgoochelen, en ontgoochelingen wil ik graag vermijden. Men heeft me al eens gezegd: te graag.

Ik begin de liefde naar best vermogen te kadreren. Hij heeft zijn arm rond haar middel, zij haar hoofd op zijn schouder. Ze klikken vastberaden ineen. Hoeveel mensen zullen de foto liken? Hoeveel mensen zullen hem geloven? Hoelang zullen zij hem bewaren? Wie het langst? Wanneer zal hij pijn beginnen doen? Wie zal hem zelfs dan niet wissen? Kijkt ooit iemand naar het wapperende haar van haar grootmoeder?

Ik geef ze het toestel terug en vertrek voor ze mijn resultaat checken. Ik wil hun blikken niet zien. Zeker vastberaden liefde wil ik niet ontgoochelen.

 

Uit De Standaard – 24 april 2019 – Guinevere Claeys

.                                                           °°°

 

 

Waar verloor ik je
terwijl wij mekaar nog vasthielden
hier op deze selfie

was mijn arm
niet sterk genoeg
en jouw gemis te groot

blonk de weerspiegeling
van die ander
reeds in jouw ogenblikken

terwijl ik onze toekomst zocht
tussen jouw wapperende haren
en de verte

van onze dromen.

 

 


PS.
Komen en gaan. Ebbe en vloed. Zon en zee.
Liefde.
Verliefd en verlaten.

De tijd is een sluipmoordenaar.

PS.
Het kan zomaar gebeuren op een terras.
Je bent haar kwijt.
Terwijl je wat rondkijkt.

Ze leeft al elders. Ondergedoken.
Onzichtbaar. 
In haar glimlach.

Haar lippen praten nog. 
Haar handen zwijgen.
Ze verstopt haar ogen.




Over een uur ontluiken de rozen…

 

Over een uur ontluiken de bomen

A Cassandre

Mignonne, allons voir si la rose
Qui ce matin avoit desclose
Sa robe de pourpre au Soleil…

Pierre de RONSARD – 1524 – 1585

 

 

Nog even
leg ik de tijd aan je voeten.
Als een lome hond.

Hij kijkt
je aan met vragende ogen.
Hondstrouw.

Straks verschalken we de dag.
Halen het licht uit de bomen.
Tot de avond valt.

Als een ongeschreven blad.

 

2011

 

 

 

PS. 2019
Wat een titel. Een gedicht op zich.
Zo lees ik dat.
De bundel schrijf je zelf.

Jouw dag. Vandaag.

Jij bent de schepper.
Van het licht dat door de lente valt.
Zie je het nog.

Hoe de seringen naar je toekomen.
Als een bruidsboeket.
Dat wacht op jou.