Als hij maar geen dichter wordt

.

Als de dichter een instituut wordt
dan sterft hij.

Als een notarisklerk.
Tussen punten en komma’s. (Uvi)
.

Werk van Peter Holvoet-Hanssen aan de waterkeringsmuur. Foto Jan Van der Perre

‘Ik heb geen papiertje nodig om een stadsdichter te zijn’

Nu de stadsdichters hun ontslag hebben gegeven, is de toekomst misschien aan initiatieven van onderuit.
‘Het woord is vrij, en er zijn genoeg cultuurorganisaties die het project zouden kunnen dragen.’

De Standaard – 8 november 2022

.

°°°

.

Als hij maar geen dichter wordt…

.

.

de anatomie van een ontroering

geen chirurg
zal haar vinden of  wegsnijden

hoogstens een dichter
zal ze te vinden leggen

zeldzaam zacht als een ogenblik
ver weg of dichtbij

misschien wel ergens tussen
een regenbui, een blad dat valt

of jij die even naar mij kijkt.

 

.

PS.
Op de Boerentoren of langs de kade.
Niet de dichter.
Zijn naam. Maar het gedicht.

Een dichter is maar zo sterk als zijn woorden.

.

Soms ben ik een muis

.

Ik wou dat ik een mier was…

‘Wat wij horen,’ zei de mier tegen de eekhoorn,
‘is bijna niets. Er is zo veel meer dat wij niet horen…’
Hij strekte zijn armen wijd uiteen.

De eekhoorn zweeg. Hij had nooit nagedacht over
wat hij niet hoorde. Het was een warme dag, midden in de zomer.
Zij zaten naast elkaar aan de oever van de rivier.

Uit ‘Misschien wisten zij alles’ – pag. 278 – Toon Tellegen.

.

De onvoltooid verleden tijd van gemis en verlangen

_

_


Weer klapten en juichten de dieren. Nog nooit had de muis een toespraak gehouden.
Maar men vermoedde, zonder te weten waarom,
dat hij buitengewon kon spreken.
De muis maande tot stilte.
‘Ik ben bedroefd,’ zei hij. Het werd plotseling heel stil op de open plek in het bos waar alle dieren zaten of lagen.

‘Ik ben bedroefd,’ zei de muis nogmaals. ‘Want spoedig zal ik uitgesproken zijn. En dan zal alles, ja alles wat ik te zeggen heb nog steeds onuitgesproken zijn.’

Er was geen dier dat niet verlangde naar de mooie dingen die nu onuitgesproken bleven. En toch zei iedereen: ‘Wat heeft hij mooi gesproken!’

Alleen de leeuwerik klapwiekte plotseling omhoog, bleef boven de tafel hangen en riep:  ‘Maar hij heeft niets gezegd! Niets!’
Iedereen zweeg en keek naar de muis. Maar de muis zat onverschillig op een stukje belegen kaas te knabbelen en…

View original post 202 woorden meer

brieven en het recht op de eerste bruidsnacht

.

Le droit du Seigneur.

Ach, de brief is al lang geen Heer meer. Of Dame.
Het papier is zijn adellijke stand verloren.
Ooit was schrijven een voorrecht van geletterden.

Nu is het vervallen tot een zuinig ‘apje’.
Wat gehik van woorden.
Die zelfs geen zin worden.

De scripta verloren hun ziel.
Onderweg.
Van pen en papier naar algoritmen en pixels.

.

De onvoltooid verleden tijd van gemis en verlangen

Afbeeldingsresultaat voor postduif
Foto internet – Quest
.
.
‘Een brief is een vriend die binnenkomt. En die blijft.’ – Manu Keirse
.

.
Ik hoor flarden, gerafelde zinnen op de radio. 
Dit was er eentje om (van) te houden.
Voor iemand als ik. En Dinska Bronska.

Brieven

ik adem ze uit. Ik inhaleer ze.
Bijna zou ik zeggen: ik verberg ze. Voor de mensen.
Die ze nooit liefgehad hebben met de heftigheid die ze verdienen.

Voor velen hebben brieven de geur van een postkoets. En de snelheid van een postduif.
De moderne tijd geeft de voorkeur aan pixels. Punten. Zonder komma’s.
Voor Facebook. Dat boek van beelden. En selfies.

Het epicentrum van hun smartphone.

Ooit verknoeiden zij daar het woord: vriend. 
Ontbladerd van zijn zeldzaamheid.
Ontheemd van warmte. Gespeend van huid.

En nu staan er missionarissen op om ‘de brief te verkondigen’.
De blijde boodschap.
Van het geschreven woord. De scripta.

O…

View original post 92 woorden meer

In de schaduw van de Baccalaureaat

.

Vele dagen en jaren heb ik getwijfeld
om hier, op deze lege plek,
wat neer te schrijven.

Een heidens altaar à la Claus,
zou het nooit worden.
Dat wist ik ook wel.

Maar dat was ook niet de bedoeling.

Dit dagboek
herinnert mij aan Toen.
Dat weer even NU wordt.

Het regent. Ook vandaag. Maar de filosoof, helaas,
hoor of zie ik niet meer.
Tenzij in mijn herinnering.

Zonder herinneringen heb je niet geleefd. Dat is de stelling van mijn dagboek.

.

De onvoltooid verleden tijd van gemis en verlangen

Hij vertraagt in demeanders van z’n gedachten.
Filosofen dragenwoorden als moeders hun kind.
Hun hypotheses hebben dan ook een lange dracht
om tot stellingen te komen.

Maar steeds is er een glimlach die zich kronkelt
aan de boorden van z’n lippen.
Ik laveer doorheen zijn trage bochten.
Als een jonge hond, vermetel en dus onvoorzichtig.

Speels kwispel ik tegen zijn ernst.
Hij laat zich afleiden van zijn verleden.
Ik bende hond in een kegelspel.

Onderweg naar het station ontbloot hij de kroon
van zijn gedachten. Onder een druilerige regen.
‘We waren te veel ambtenaren’, stelt hij, ‘en te weinig literatoren’.

Ik schrik want ben nooit een ambtenaar geweest.
Eerder een gladiator van de pozie.

View original post

op een donkere dag

.

Het regent.

Verdrinken in november.
Ach,
met Toon, blijf ik wel droog.

En overwinter ik.

De barre dagen.
Ik tel al af
naar de sneeuwvlokken.

Die van mij weer een oud jongetje maken.

Een geletterde sneeuwman.
Klaar om te smelten.

Tot een plasje letters.

.

De onvoltooid verleden tijd van gemis en verlangen

[p. 47]

[XIX]

illustratie

Op een donkere dag aan het eind van het jaar waren alle dieren bijeen op de open plaats in het midden van het bos. Er blies een gure wind tussen de kale bomen door, en de meeste dieren hoestten of niesten of rilden luidkeels van de kou.

‘Dit is nou barre koude,’ zei de kikker die trots was dat hij dat wist.

‘Ja,’ zei de vlieg die naast hem stond te klappertanden.

‘Laten we ons allemaal verstoppen,’ zei de krekel.

‘Maar wie moet ons dan zoeken?’ vroeg de mus.

‘Niemand,’ zei de krekel. ‘Maar we kunnen de wind vragen om naar ons te fluiten als het lente wordt. Misschien kan hij de eerste bladeren wel laten zeggen: “Kom maar te voorschijn” en dan komen we allemaal te voorschijn.’

‘Goed!’ huilde de wind.

De dieren keken elkaar treurig aan. Iedereen gaf iedereen een hand en ging zich toen…

View original post 378 woorden meer

de kruidenier

.

Het geloof
biedt geen zekerheid. Noch waarheid.

Maar een schouder,
een ogenblik of een glimlach

kunnen een zegen zijn.
Een mirakel.

Voor een verdwaald verlangen. En een troosteloos gemis.

.

De onvoltooid verleden tijd van gemis en verlangen

©karoly Effenberger

“En dan moest ik op mijn zevende ook nog eens naar het jongens­internaat. Waar elke vorm van opwinding uit het leven werd gezogen. Waar ik elke nacht met de handen boven de lakens moest slapen. Waar de minste belofte van erotiek vakkundig de nek werd omgewrongen…

“Toen ik op mijn zeventiende vrijkwam, begon ik op elke vrouw te jagen die ik tegenkwam. ….”
In zijn streven om zijn tekort aan sensualiteit goed te maken, ontstond ‘de dwang om doorlopend verliefd te zijn.’ “Ik had – en heb – een grote nood aan bevestiging. En die kan alleen maar van een vrouw komen. Mannen geloof ik niet. Die kunnen niet aanvaarden dat iemand groter is dan zij.
“Het gaat me bij vrouwen overigens niet om de seks, maar om de illusie. Niet om het bezit, maar om het verlangen. Als ik op een terras een vrouw met een…

View original post 124 woorden meer

Alles gaat voorbij, zelfs Hugo C.

.

Allerzieken. Lapsus. Allerzielen.

Een lezer/es
leidt mij naar Hugo C.

De laatste dagen blijkt dat ik heel wat woorden in hem
heb geïnvesteerd.

Hij was reeds een oude ziel. Ook toen het nog geen Allerzielen was.

Voor alle zoekende zielen
die zich niet (meer) thuis voelen
in dit lege landschap.

Van Halloween en overvolle pretparken.

.

De onvoltooid verleden tijd van gemis en verlangen

Toen ik je gisteren op de snelheid
van het scherm zag zitten,
leek je mij een stamelende beeldenaar.

Hugo jongen, blijf toch onbewogen in je krant.
Er is geen plaats voor jou
tussen de tongen van radde journalisten.

Jouw woord overleeft enkel traagzaam.
Eenweemoedige slak. Met een spoortjeover papier.
Letters geslepen als diamant. For ever.

Niet voor even.

PS.
Ik vrees dat Hugo C. zijn tijd op is.
Van den één (pagina 1) verdreven.
Uit zijn Alphabetisch Paradijs. De Morgen.

Hij kreeg nog een overschotje.
Een hoekje op vrijdag.
In zijn ochtendlijke krant.

Waar woorden gezocht worden.
Niet toevallig.
Maar uit begeerte naar bellettrie.

Al was het maar voor één zin.

PS.
Gisteren zat Hugo C. in een tv-programma over het WK.
Hij meende zijn traag herfstig licht te laten schijnen over het scherm.
Het werd eerder schrijnend.

Hoe de anderen zich inhielden om hem niet te ontbladeren.
Meelijwekkend. En…

View original post 8 woorden meer

Het testament van Hugo

.

Hugo.
Hij was dan toch niet onsterfelijk.

Hoewel god
in het diepst van zijn gedachten.

Een vleugje herfst en Allerheiligen voor Hugo.
Noch bloemen, noch kransen.

Maar woorden.

Foto Stephan Vanfleteren

.

De onvoltooid verleden tijd van gemis en verlangen

Als de dichter een koe is
dan is Hugo een hereboer.
En hij is terug. Van Isphaan.
Hij overleefde de dood.

De tuinman van De Morgen.

nou ja

Kijk naar die kop
die hondstrouwe blik
en luister
naar het wiegen van
zijn monotone woorden

hoor hoe zijn stem
de klagende herfst benadert
zijn zinnen vallen
als bladeren
uit het alfabet

nou ja, Camps
schildert rubensiaans
wat het oog ontgaat
hij ontrafelt een dame
tot een compliment

een hoofse dichter
ontbladert
nooit het verlangen
van een vrouw
hij vult het aan

nou ja


18-04-12

PS.
Ik tikte zijn naam in.
En daar stond Hugo.
Hugo Camps.
Blij dat je terug bent!

PS.

Vandaag een uitgebreid interview met Camps in zijn krant. Deze keer een grafrede voor de dood. Zo heeft hij zelf er ook plezier van.

Prachtige Vanfleteren op den 1.

http://uvi.skynetblogs.be/apps/search/?s=camps

170.922

View original post

Petit matin

.

Vanochtend, het kan ook deze nacht geweest zijn,
las iemand dit dagboek.
Een stukje uit mijn leven.

Nu en dan dankte ik
de lezer.
Uitdrukkelijk.

Iemand zoals Edwin.

Hijzelf liet zijn Blog achter.
Of was het andersom?
Kwam er niemand meer langs, misschien?

Ook hier is het een beetje Allerheiligen. Zonder lezer
sterf je.
Chrysanten houden je niet in leven.

PS.
http://edwinvanrossen.blogspot.com/

Dank, Edwin voor elk woord dat je mij schreef.

.

De onvoltooid verleden tijd van gemis en verlangen

Ik hoor de stenen
ademen

en luister naar het gefluister
van de stilte
tussen de straten

de stad wacht
als een trillende bruid
op de dag

alles kan nog beginnen.

PS.
De stad heeft vele gezichten.

Als je voor elf uur door de straten wandelt, wemelt het van de bevoorrading.
Ze maakt zich mooi. Water gutst over de kasseien.

Trage toeristen tasten de gevels af. Met loerende pixels.
En schoolkinderen bevragen haar stenen geschiedenis.

Ik geniet met volle teugen. Adem stad. Mijn oude geliefde.

165.385

View original post

meisjes van weleer

.

Hij was geen heilige.
Die ambitie ging aan hem voorbij.
Liever een zondaar dan een kwezel.

Omwille van zijn Nederlands.
De schoonheid van een taal.
Luister naar de muziek van zijn ‘gehemelte’.

Dag Hugo.

https://radio1.be/lees/hugo-camps

De onvoltooid verleden tijd van gemis en verlangen

campsimages1.persgroep.net

© Bob Van Mol

Meisjes van weleer
'Als puber kwam ik tot de ontdekking dat ik maar een willekeurige verschijning ben waar iedereen in gedachten mee kan doen wat hij wil. Dat vond en ik vind ik een onprettige gedachte. Ik kon dus maar beter onvindbaar of niet reconstrueerbaar zijn.’‘Al schrijvend lukt dat natuurlijk niet helemaal.Schrijven heeft iets oprechts en intiems – het is altijd in je eigen duister ronddwalen – maar tegelijk is het banaal en openbaar. Dat dubbele gevoel had ik ook toen ik als jongen op mijn kamer plaatjes draaide  en hartstochtelijk droomde van de wereld waar ik zo bang voor was. Aan de ene kant lag ik passief op mijn bed te roken en te luisteren, aan de andere kant had ik fantasieën over het grote leven en onbekende oorden. Ik trok me terug, maar popelde van verlangen om de wereld te veroveren.’P.F…

View original post 163 woorden meer