une effaceuse

Afbeeldingsresultaat voor striptiseuse taart
Foto Internet

 

 

“Ik moet denken aan een anekdote over een lichtzedige Franse danseres die in het begin van de twintigste eeuw in een revue bij Montmartre stikte in de taart waar ze uit zou springen.

‘Comme un papillon de feu
sur la cache-sexe de l’effeuilleuse morte
étouffée dans sa pièce montée’,

schrijft de Franse dichter Yekta over haar. Meer vind ik van haar ironische dood niet terug.

Het Franse woord voor stripteasedanseres vind ik overigens bijzonder mooi: effeuilleuse. Alsof ze zichzelf uitpakt, blad voor blad. Cache-sexe is dan weer ongelukkiger, in de meeste gevallen bedekt een string maar weinig, nauwelijks een geslacht.

Ik glimlach naar mijn zoekmachine die me, terwijl ik deze vertalingen nakijk, waarschuwt dat mijn ‘zoekopdracht naar ongeschikte uitdrukkingen kan leiden’.

Heb jij wel eens een effeuilleuse bekeken? Ik één keer. Het was mechanischer dan ik het me had voorgesteld en met slagroom.

Liefs,

Charlotte

Stukje uit een brief van de Vlaamse dichter Charlotte Van den Broeck aan Arnon Grunberg 
Uit De Standaard der Letteren – 11 juli 2017

.                                                    ***

 

 

 

 

Hoe ze mij weggomt
uit de dagen
en mij vult met haar

tot er geen gemis meer over is

maar enkel verlangen overschiet
zoals een wit leeg blad
waarop geen plaats meer is

voor woorden.

 

 

PS.
Kan je mooier liefhebben en sterven dan in de Franse taal?
Ik kan verdrinken en stikken in de wellust van haar woorden.
Maar ook in haar overvloed aan betekenissen.

Neem nu: étouffant.

 

étouffant (bijv.naamw.) drukkend (bijv.naamw.) ; broeierig (bijv.naamw.) ; smal (bijv.naamw.) ; smalletjes (bijv.naamw.) ; muf (bijv.naamw.) ; bedompt (bijv.naamw.) ; benauwd (bijv.naamw.) ; nauw (bijv.naamw.) ; zwoel (bijv.naamw.)
étouffant benauwd ; zwoel

.

Tja, wat wil ze nu eigenlijk zeggen?
Daar sta je dan met je dictionnaire onder de Eiffeltoren.
En geen effeuilleuse in de buurt om je te helpen het woord uit te kleden.

 …

 

 

 

 Effaceur, euse, adj.Qui efface. La main effaceuse du temps (Péladan, Vice supr.,1884, p. 188).Emploi subst. Personne qui efface. Un effaceur, une effaceuse. [efasœ:ʀ]. Pour [ε] ouvert à l’initiale, cf. effacer. 1reattest. xives. [ms.] qui les péchés ies effaicer e (Canticum Mariae, 18 ds Psautier d’Oxford, éd. F. Michel, p. 360); du rad. de effacer, suff. -eur2*. Fréq. abs. littér. : 1.


EFFEUILLEUR, EUSE, subst.
AGRIC. et VITIC., au masc. ou au fém. [En parlant de pers.] Celui ou celle qui effeuille (v. effeuiller) les plantes (arbres ou vigne). Les effeuilleuses, trimballées en jeep grise jusque dans les vignes (J. Fonjallaz, Le Chemin des vignes,Lutry, 1973, p. 92).

Au fém. seulement. Appareil mécanique servant à effeuiller les épis de maïs ou les tiges de houblon (d’apr. Boullanger, Malt., brass., 1934, p. 341). Effeuilleuses de maïs. Les effeuilleuses peuvent traiter de 2 000 à 8 000 épis de maïs à l’heure (Ballu, Mach. agric.,1933, p. 503).

Rem. Des dict. (Rob. Suppl. 1970, Dupré 1972, Lar. Lang. fr.) attestent l’emploi fam. du fém. effeuilleuse. Femme qui pratique le strip-tease. Synon. strip-teaseuse.
Prononc. et Orth. : [efœjœ:ʀ], fém. [-ø:z]. Pour [ε] ouvert, à l’initiale, cf. effeuiller. Étymol. et Hist. 1. Subst. masc. fin xives. effueilleur (Gloss. lat.-fr., B.N. 1. 13032, éd. M. Roques, lexiques, II, 154, 4493); 2. subst. fém. a) 1870 agric. « ouvrière qui effeuille les arbres » (Lar. 19e); b) 1933 (Ballu, supra); c) ca 1950 « strip-teaseuse » (d’apr. Rob. Suppl.). Dér. du rad. de effeuiller*; suff. -eur2*.
Advertenties