Tot na de komma

Trouvaille.

En dan vind ik ‘mijn oude zelf’.

Ach, het is zondagochtend.
En de hemel is van beton.

Mag ik hem even openbreken…

Bewaren en bewaken…
ik ben de suppoost van mijn vroeger…

Dagboek van een roerloze reiziger

Ik heb het gevoel dat vele mensen
poëzie lezen als een boekhouder. Correct tot na de komma.
Een balans van feiten. Wetten van werkelijkheid.

Terwijl gedichten schrijven iets is als zeepbellen blazen.
En lezen, ernaar grijpen. Ernaast grijpen.
Zolang je maar weet: er staat niet wat er staat.

De taal is slechts een verfborstel.
Je veegt wat kleur op het canvas. En je zegt: dit is een pijp. Pourtant: ‘Ceci n’est pas une pipe’.

Je weet niet wat je schrijft.
Je kijkt. En gaat op zoek.
Is het dit, wat ik bedoel?

De lezer zet je op het verkeerde been.
Hij meent dat hij het weet.
En soms geloof je hem. Eerder dan jezelf.

Tot na de komma.

90.717

View original post

Aan mijn geletterde minnares

Dankzij een lezeres
werd mijn zondagochtend nieuw en oud.

Merci

Dagboek van een roerloze reiziger

Nu is de eenzaamheid zo overweldigend dat ze een manier moet vinden om greep te krijgen op de werkelijkheid. Dat doet ze door alles te benoemen, te catalogeren. Haar hoofd is een verzameling feiten en feitjes die ze uitstort op het papier, in steeds eendere korte paragrafen. Taal moet bewijzen dat ze bestaat, dat ze zich op een logische manier verhoudt tot de vreemde stilte daarbuiten. Alleen: hoe gebruik je taal als er niemand is om naar je te luisteren? Bestaan feiten zonder getuige?

Houvast zoekt Kate in een citaat van Wittgenstein dat zich in haar hoofd verankerd heeft. ‘De wereld is alles wat het geval is’, beweerde de filosoof in zijn Tractatus logico-philosophicus. De werkelijkheid bestaat uit een verzameling feiten, en de verhouding van die feiten tot elkaar. Dingen, de materie op zich, dat is niet het belangrijkste. Het traktaat sloot met een beroemde uitspraak: ‘Waarover men…

View original post 199 woorden meer

De Casanus en Urbanus van Anus



DS – Foto Christophe de Muynck


het beeld XL

‘Hier wil ik mijn huwelijksnacht doorbrengen’

Creatieve duizendpoot Karen François nodigt ons uit naar het gat van de wereld. En daar heeft ze een heel goede reden voor.
In de prettige wirwar van de Verbeke Foundation in Kemzeke zijn we dus op zoek naar de Casanus. Dat is een uitvergroot spijsverteringsstelsel van Atelier Van Lieshout. Erin staan een bed, een wc, een douche, een tafel en twee stoelen.


Fragment uit Het Weekblad van De Standaard – 31 juli 2021


+++


Het is zaterdag. En redelijk vroeg. Voor een weekend.
En toch moet ik al oppassen
voor mijn geestelijke gezondheid.

Ze is wankelbaar. En breekbaar.
Vatbaar voor ongewenste prikkels.
Zoiets als ‘ongewenste intimiteiten’.

Maar de Kwaliteitskrant DS peutert aan mijn weerbaarheid.

‘Verwacht het onverwachte’.
Dat is één van haar slogans.
Vandaag is dat een Huzarenstuk.

Buiten de overstromingen en bosbranden,
de Bestorming van het Kapitaal, euh, Kapitool,
moet je al zoeken om nog te choqueren.

Wij (pluralis modestiae) zijn afgestompt.

Mijn grootste goed komt daardoor in gevaar.
Mijn verwondering
en ontroering. Het wonder.

Van de Schoonheid. Waar of waarin het zich ook schuilhoudt.




PS.
U mag mij gerust beledigen door te zeggen dat ik een onaangepaste
en ouderwetse witte man ben.
Klaar voor mijn vertrek naar Ispahaan.

Ik zou u dankbaar zijn. En het lezen als een compliment. Een loftuiting.

PS.
Als ik zelf zou mogen kiezen,
laat dan ‘de Casanus’ maar aan mij voorbijgaan.
Maar schenk mij in mijn laatste dagen nog eens:

L’ origine du monde. Dank u Gustave.








Lees mij niet


stefan_hertmans_c_michielleen_1
Foto Taalunie



Neem en lees

Je kunt geschiedenis gaan lezen,
Raadsels, roddels en geruchten,
Pagina’s geschifte elektronica,
En toch plots voor een bedelaar
In regen staan en niet meer weten
Waarom we in de wereld zijn.



Uit: : Gedichten – Stefan Hertmans – Poëziegeschenk 2016



+++



Het voorlopige bestaan van een Blogger


Alsof zijn leven
het epicentrum van de wereld is
en zijn navel
the place to be

voor lezende passanten

mijn bestaan is ondraaglijk licht
verspil je tijd niet
aan deze onzinnige zinnen
geschreven par hasard

een geschifte plek

zonder geschiedenis
en deze pennenlikker niet meer
dan een bedelaar die niet weet

waar en waarom hij in de wereld staat.




PS.
Uit mijn dagelijks bestaan heb ik je niets te bieden.
Of te melden.
Ik besta. Omdat ik kijk.

Naar buiten en naar binnen.

Meer en meer
hou ik van minder.
Een vlinder. Een boom. Een struik.

En de wind die hen behaagt.





Oefening in verliezen


acb0f-dandelion-blowing-seeds-in-the-wind-wall-mural
Foto internet


Je zei nooit wat. Ik moest het altijd vragen.
Of je van mij hield. En je zoende.
Of het veilig was die eerste keer.
En je zoende weer.
En even later of ik het goed deed zo,
en je zoende, o.

Je zei nooit wat, je zei het altijd met je ogen.
Je ogen die helemaal alleen
in je gezicht achterbleven als ik je verliet;
je ogen na geween:
je was er niet,
je keek me aan als verten
en ik moest erheen.

En als ik weer tot daar was
de ogen waarmee je het woord ‘lieveling’ zei,
keek of het niet veranderde
op weg naar mij…

Uit: Verjaardagsvers – Herman de Coninck



***

Ogenblik

Hoe jij met je ogen schrijft
zoals een ochtend
de dag opent als een ouverture

ja, daar zou ik graag in verdwijnen

en dat jij mij dan zou zoeken
en niet vinden
zodat ik altijd bij jou kon blijven.



+++



Etude

Ik oefen de toetsen
benieuwd
of er nog iets onder zit

letters

die zich verzamelen tot een zin
niet dat deze beweging
leidt tot zingeving

neen, dat durf ik niet te hopen

maar ze laten me wel toe
te denken
aan mijn geliefde dichter

Herman de Coninck en een oefening in verliezen.



+++


Verlies

Elke dag, iedere nacht,
verlies ik mezelf.
En jou.

Een stuk. Uit ooit.
Langzaamaan woekert dit woord.
Als een uitzaaiing. Tot nooit.

Dit stuk wordt nooit meer gedicht.







Want alles gaat voorbij, maar niets gaat over


David Troch – voor jou wou ik een huis zijn – MEANDER



Geen plek, een toestand

Ik kom enkel thuis als ik de twijfel en de botsing en de eenzaamheid, de vervreemding en de vergankelijkheid, de pijn accepteer als een inherent deel van mijn menselijkheid. Als ik er niet meer voor vlucht. Ik kom thuis in de eenzaamheid, in de twijfel. Ik kom thuis in de delen van mezelf die ik vermijd. Ik kom thuis als ik stop met lopen. De melancholische herinneringen aan mijn kindertijd zijn ingebed in een sterk heimwee omdat ik me toen ergens thuis heb gevoeld en dat sindsdien nooit meer is gebeurd. Het is geen verlangen naar een plek of een gebeurtenis, maar wel naar een staat, een toestand. Misschien is dat verlangen naar onze kindertijd, geen gemis naar hoe ‘het’ toen was, maar naar hoe wij toen waren.

Aya Sabi (26) is columniste en schrijfster. Ze debuteerde in 2017 met de verhalenbundel Verkruimeld Land, die werd genomineerd voor de LangZullenWeLezen-trofee en de Opzij Literatuurprijs.

Fragment uit De Standaard der Letteren – 17 juli 2021


+++



Want alles gaat voorbij, maar niets gaat over – Luuk Gruwez

Komen en gaan.
Aarzelen en haperen.
Twijfelen en wijken.
Schuilen en verschuilen.

En dit allemaal in dat huis van woorden.

Een totaal witte kamer.
Om ze vol te schrijven.
Met leven.
En thuiskomen.




PS.
Het was alsof de woorden mij meden.
Misschien waren ze wel bang.
Van de plek waar ik ze heen zou brengen.

Dat witte veld.
En zij, de woorden. Bijeengedreven tot zinnen.
Onbegrepen.

Hoe ze zich tussen de regels schreven.
Om te ontkomen
Aan die lezende ogen.

Die hen zouden uitkleden en beoordelen.
Terwijl ze slechts een huis wilden zijn.
Om in te wonen.







Thuis, ergens en nergens


‘Je moet een provinciaal zijn om het tot kosmopoliet te schoppen; je moet een ergens hebben om tot een groter ergens te kunnen behoren.’ Benno Barnard, over dat kleine en dat grote ‘ergens’.

Achterwaarts door mijn geschiedenis zwervend, beland ik, in een soort geografische hulpeloosheid, dromend of dagdromend, altijd weer daar, in de onvergetelijke pastorie van mijn kinderjaren, gelegen te midden van de heuvels en bossen van de provincie Gelderland, in een dorp van een paar honderd zielen, dat Rozendaal heet. Ik ben het zoontje van de dominee. Ik ben thuis.

Ik leer lezen en schrijven op het dorpsschooltje, waar de beide lokalen ’s winters met een gietijzeren kolenkachel net warm genoeg worden gestookt om het vijftig bibberende dorpskinderen mogelijk te maken hun kroontjespen in de in de houten bank verzonken glazen inktkoker te dopen en een schrift met krullen en schreven te vullen, bij welke oefening de kouwelijkste exemplaren op arctische dagen (het vroor genadeloos in die vroege jaren zestig) wollen handschoenen dragen – omkijkend naar mijzelf, zie ik een acteur in een museum van volkskunde.

Volksverheffing! Het woord is zo vergeeld als een kanselbijbel. Maar dat socialisme dat geloofde in boeken lezende arbeiders is nog steeds een kamer in mijn huis, waar het stof van de geschiedenis soms even opdwarrelt in het licht van de weemoed.

Fragment uit: De Standaard der Letteren – De zomeressays over thuis – Benno Barnard – 10 juli 2021





+++




Ik lig in de armen van Benno Barnard.
Weemoed is onze wieg.
En vroeger een synoniem

van: ‘Alles gaat voorbij, behalve het verleden’ – Luc Huyse

Ik lik aan een kroontjespen
en proef
later als ik groot ben

een droom als fundament

voor het onvergetelijke
en nutteloze
van knikkers in een korte broek

en hoe wij dit bezit verloren onderweg

zoals ons hart
en onze liefde
aan het geld

waarmee wij dachten te kopen dat wat eeuwig was.




PS.
Geld is een heerlijk woord.
Hoewel het onbetamelijk klinkt. En vies smaakt.
Wanneer het de enige reden van je bestaan is.

Maar hoe geweldig, als ruilmiddel voor gezondheid en een dak boven je hoofd.
En als er dan nog wat overschiet
voor Schoonheid. En troost. In de ondraaglijke lichtheid van ons bestaan.

Dan ruist het als een zachte zomerwind doorheen de stuiken van je tuin.






de lezer is een toerist ter plekke



Foto Phil Nijhuis – Vrt NwsIn Frankrijk is op de middag alvast het filerecord gesneuveld: daar stond maar liefst 1.142 kilometer file op de autosnelwegen. za 10 juli.


Ik heb Peter, zo heet A.L. Snijders wanneer hij geen zkv’s schrijft, uitgenodigd voor een literair festival en zal hem en zijn vrouw drie dagen begeleiden. We rijden door Brussel en Peter beschrijft alles wat hij door het raampje ziet. Hij is een nauwkeurig kijker. Ik let op de weg, hij op de wereld.

Hij was hier vaker, zegt hij, ‘België is het enige buitenland dat ik ken’. Toch beschrijft hij alles alsof hij het voor het eerst ziet. We rijden naar een radiostudio waar men hem zal interviewen over leven en werk. Tijdens de rit onderricht hij me over frappante details uit het werk van Franz Kafka, wijst hij op de vreemde vormen die straatlantaarns kunnen aannemen, toont ons de logge vlucht van een duif en de vele levens achter Brusselse ramen. Dingen krijgen glans, niet om wat ze zijn maar om hoe hij ze ziet.

Fragment uit: De Standaard der Letteren – Steven Van Ammel – 12 juni 2021



+++





De toerist is moedig.
En geduldig.
Hij breekt filerecords in la douce France. Op weg naar de zon.

Terwijl hij staat te bakken in eigen sap op la Route du Soleil.

Hij staat er gezellig te keuvelen
met onbekende vrienden, des amis.
En voelt zich “heureux comme Dieu en France”.

Tijd zat.

Ver van huis.
Dat gehaaste land.
Waar hij alert claxonneert.

Wanneer er weer eens zo’n trage slak een nanoseconde staat te haperen voor het groen licht.

Hier in dit vreemde land van allochtonen
wordt hij pas wie hij altijd al was.
Zonder dat hij de kans kreeg het te tonen.

Een kosmopoliet. En op het strand, een geoliede burger. Un touriste first-class.






PS.
Neem mij niet kwalijk. Dat ik glimlach.
Ik ben een achterblijver.
Zo ben ik geboren. En getogen.

De lezer is een toerist in het Land der Letteren.
Hij is een ontdekkingsreiziger.
Van de terra incognita. Tussen de regels van de witte velden.

Dingen krijgen er glans, niet om wat ze zijn maar om hoe ze geschreven werden.

PS.
Ik beeld mij in dat A. L. Snijders deze gewone woorden voorleest.
Ze klinken plots mooier.
Bijna worden ze een Z.K.V.

Lochemse schrijver A.L. Snijders (83) plotseling overleden: 'Hij laat een  leegte achter' | Regio | destentor.nl
© Rob VossDe Stentor
Peter Müller, beter bekend onder zijn pseudoniem A.L. Snijders, is vanochtend op 83-jarige leeftijd overleden. Dit laat zijn uitgever AFdH Uitgevers weten. De schrijver blonk uit in het door hem zelf bedachte genre van het Zeer Korte Verhaal. Hij won voor zijn oeuvre in 2019 de prestigieuze Constantijn Huygens-prijs. 07-06-21


Waar de troost woont





Ik bevind me ergens tussen de jonge rugbyer en de oude acteur in. Het ene lichaam ben ik geweest, het andere zal ik worden. Het is nauwelijks een geruststelling dat er jonge vrouwen zullen zijn om het oude lichaam te troosten.’

Tommy Wieringa

De Standaard der Letteren – Peter Jacobs – 23 december 2016



***


waar de troost woont

de verte schuift voortdurend op
naar de horizon
nooit zal je haar bereiken

zoals gemis
nooit een haven vindt
in verlangen

dat altijd vuur blijft

nooit gedoofd wordt
maar steeds aangewakkerd
door gewenning

en vergeten
hoe het was die eerste keer
na jaren van verarming

in de armen van een vreemde.






PS.
Ken jij een beter plek
om getroost te worden?
Dan het lichaam van een vrouw.

De Alma Mater van ons bestaan.

Wij weke krijgers blijven immers zoeken.
Naar onze oorsprong. L’ origine du monde.
De geboorte.

Van ons gemis en verlangen.









de afgeleide man




Verborgenheden

Laat niemand uit wat ik deed en zei
proberen af te leiden wie ik was.
Er was een belemmering, die vervormde
de daden en de wijze van mijn leven.
Er was een belemmering, die weerhield mij
vele keren als ik wou gaan spreken.

Mijn meest onopgemerkte daden,
en mijn meest verhulde geschriften –
daaruit alleen zal men mij begrijpen.
Maar misschien is het niet zoveel moeite,
zoveel inspanning waard om mij te kennen.

Later – in een volmaakter samenleving –
zal stellig iemand anders, zoals ik geschapen,
verschijnen en handelen in vrijheid.

K.P. Kavafis (1863-1933) – Verborgenheden
Uit: Verzamelde gedichtenvertaling : Hans Warren en Mario Molengraaf. Prometheus.




+++





Langs straten en lanen
op pleinen en banken
ben ik , ergo sum

een afgeleide man

de optelsom
van ogenblikken
en gedachten

een wandelende heer

gewikt en gewogen
te licht bevonden
of te hoog ingeschat

later in Ispahaan zal men zeggen: ah, daar is de tuinman.





Jef Blancke



PS.
De verborgen man

Een heer begint bij zijn schoeisel.
En eindigt met zijn hoed.
Daartussenin woont een weke krijger.

Een dame bestaat soeverein
op hoge hakken.
De kasseien kussen haar voeten. Als een koningin.

Haar benen
reiken naar de hemel.
Onbereikbaar lang.

Met haar onbewogen ogen
palmt zij genadeloos
de mannen in.

Une femme fatale. Sans merci. Without mercy.



Ik ontmoette een vrouw in het grasland,
Zo prachtig mooi, een feeënkind,
Haar haar was lang, haar tred was licht,
En haar ogen waren wild.


Uit: La Belle Dame sans MerciJohn Keats