Want liefde ontstaat in het woord



conny-palmen_5cf65b3360373-1440x_
Schilder Maarten Embrechts



Zo vallen, voor mij althans, Palmens brieven te lezen als lessen in liefhebben: ze laat zien hoe je intimiteit uitdrukt op papier. Van de tedere aanhef – Lieverd, Lieve engel, Chérie Dis – tot de liefdevolle afsluiting – Big hug van je uk, Kus, je Connie – is ze een en al lof over zijn werk, bewondering voor zijn persoon en zorg om zijn gezondheid. Hier zijn twee literaire zielen voor de eeuwigheid met elkaar verbonden, ben ik geneigd te denken: wie zijn liefde zo diepgravend kan uitdrukken, ervaart die liefde misschien ook wel intiemer, als een kunstenaar die beter in staat is een willekeurig schilderij te beschrijven omdat hij alle facetten van het maakproces kent. 

Want liefde ontstaat in het woord, weet ik na het lezen van haar brieven. De diepste genegenheid is voorbehouden aan hen die er de diepste bewoordingen aan weten te geven. In dat schrijfproces ontstaat geen toneel – daarin ontstaat de tederste poëzie. 

Uit: Literatuurmuseum – Gepubliceerd 23 maart 2020 – door Anne van den Dool




+++


En het woord werd liefde

ook als je zwijgt
niet schrijft
lees ik je

mijn liefste gemis

ik blader doorheen het wit
alsof het een bundel was
en jij tussen de regels ligt

niet zomaar voor het grijpen

ik moet je openbreken
al je sibillijnse lettergrepen
tot aan de twijfel

nooit word je zomaar een woord van liefde






PS.
Dag lezer/es,
ik zie je enkel als een cijfer.
Een wispelturig getal. In de statistieken.

Nooit geraak ik aan de negenproef.
Ik kan je niet delen
of vermenigvuldigen.

Ik ben een nul in wiskunde.
Maar ik dank je.
Wanneer je zeldzaam of nooit

uit je cijfer stapt.


+++

PS.
De briefjes die Connie Palmen schreef aan haar collega en goede vriend Adriaan van Dis zijn te lezen als lessen in liefhebben, schrijft Anne van den Dool. Ze laten zien hoe je intimiteit uitdrukt op papier. Een vaardigheid die in tijden van afstand misschien wel belangrijker is dan ooit. …steeds weet ze (Palmen) zich ook in deze teksten met literaire precisie uit te drukken, waardoor je bijna jaloers zou worden op zo’n getalenteerde penvriendin.

Uit: Literatuurmuseum

de kleine gebaren en hun grammatica


huis5e311_9789029541671_cvr
Cover Arbeiderspers




‘Het is donker in de kamer en ziel
zit tevreden onder de lamp, leest in lichaam
 
de kleine verdiensten, kruist die aan
schrijft in de marge liefde en kijkt
 
zo lang naar het woord dat het
huid wordt rond een gedachte.’

Uit: Inzake dit huis – Hester Knibbe



+++



Maar woorden
kunnen ook littekens worden
op gesloten haakjes

lettergrepen die genezen
door de kracht van een overgave
en een interbellum

in het gelijk halen
uit een soortelijk gewicht
van zwijgen

in kamers waar stilte aan tafel zit
en niet meer luistert
naar het praten




PS.
Dit huis heeft een huid.
Van muren. Gemetseld
met gemis.

En voegen van verlangen.
Als de avond zich toedekt
met weemoed.

En vensters zich afsluiten.
Van liefde en lichaam.
Komen en gaan zich opheffen.

In de onvoltooide verte.


een verlangen naar vertaalbaarheid…

.

Internet Anders leren



Tijdloosheid vergt
onderhoud

Ik peins daarom dat het goed is als vertalers het onmogelijke blijven proberen, en de gedichten van vroeger opnieuw blijven uitspreken met andere woorden. Is poëzie vertaalbaar? Een wedervraag: kan je over de liefde spreken? Beide vragen hebben gemeen dat de onmogelijkheid niet leidt tot zwijgen, maar tot telkens opnieuw proberen de juiste woorden te vinden. En allebei gaan ze over liefde: we willen dat wat we lief hebben telkens opnieuw trachten uit te spreken in andere woorden, in de wetenschap dat het nooit zal lukken, en enkel daardoor lukt het. Het lukt om dat wat we liefhebben, te vrijwaren van de vergetelheid, of van de onleesbaarheid. En dat is wellicht hetzelfde.

Uit De Standaard der Letteren – 17 oktober 2020
Wannes Gyselinck – Een verlangen naar onvertaalbaarheid





+++





ik stamel je
met al mijn open lettergrepen
en jouw lippen
een syllabus van onuitgegeven kussen

lees ik
als een analfabeet
het rouge
schreef jij niet voor mij

jouw hoge hakken
pointilleren mijn verlangen
tot bloedens toe
snijden je stiletto’s mijn gemis te voorschijn

ik herschrijf je
dagelijks
van tafel naar bed
nooit pas je

in mijn handen




.




PS.
Een vertaling van de liefde.
Is ook een oefening in verliezen. (HdC)
De dagen die haar onvertaalbaar achterlaten.

Je benoemt ‘haar’ niet.
Want dan vlucht ze.
Ze verdraagt geen woorden. Geen synoniem.

Hoogstens het wit tussen de regels.
Een metafoor. Die het steeds verliest.
Van haar.





Voor de ‘thuis’lozen onder ons

.

tuinthumbnail_IMG_20200703_165925

.

Thuis

Alsof je een plek bereikt.
Om je heen kijkt en weet
dat je thuis bent.

Een weiland, vergeten
langs duinen en bosrand,
iemand buigt tussen jou
en een feest – op zoek
naar de wijn, een gezicht
wordt zijn eerste woorden,
wat geschreven werd voor jou
door een nooit gevoelde hand.

Alsof je dit al kende
voor je het zag. Er geweest was
voor je er zou komen.

Zo thuis



Kees Spiering




+++




Ook al heb je een dak
boven je hoofd
dan ben je nog niet thuis

in je lichaam
waarin je verdwaalt

waar je ziel vertrok
omdat het te leeg was

in je gedachten
en het gemis
de gesel van je uithuizig verlangen

geen gezicht tussen jou
en de krant
die als een desolate vlakte

de tafel bedekt
terwijl het ooit een weiland was
waarop haar handen

op de zomer wachtten




PS.
<<Si tu te sens seul lorsque tu es seul, tu es en mauvaise compagnie.>>
Jean Paul Sartre.


Ooit dacht ik er zo over.
Nu vind ik het een arrogante gedachte. Van een verwaande filosoof.
Terwijl er onder ons
mensen op een gezicht wachten. Met tastbare woorden.

Ornithologen kunnen niet vliegen…

matthijs934
©Floor Rieder

Poëzie is een daad’, schreef de grote Remco Campert al in 1955.
Voor mij riep poëzie in die jaren vooral een daad van academische agressie op, tureluurs als ik was geworden van de modus operandi om bij elk vers een snijtafel te reserveren voor een anatomische les. Als het poëem er dan na een uurtje of wat snijden weer eens volkomen gesloopt bij lag, kon het werkelijk geen pap meer zeggen. Vond ik. Van Deel was van mening dat het gedicht pas na deze operatie zijn geheimen zou prijsgeven.

We werden het niet eens.

Uit : de Volkskrant – Matthijs van Nieuwkerk 9 oktober 2020




+++




De ornitholoog en het gedicht

Een gedicht ontleden.
Ontkleden.
Is het uitkleden.

Tot zijn naakte bestaan.
Herleiden.
Terwijl een gedicht je moet verleiden.

Het gebed chirurgisch ontsluieren.
Is een medische fout. Wanneer de sluier
een litanie van magie bekleedt.

Analyseren. Vivisectie van de schoonheid.
Tot op het bot van het botte weten.
Terwijl vermoeden zoveel ruimer is.

Afbreken. Om het op te bouwen.
Tot een ruïne.
Het is de fatale vergissing van een fatwa.

Ornithologen herkénnen
dan wel een vogel.
Maar vliegen kunnen ze niet.

22 april 2009





PS.
‘Kennis is geluk’
volgens Joost Zwagerman, misschien is hij later wel van gedacht veranderd.
Toen hij over God ging waken.

Voor mij is poëzie meer vermoeden dan weten.
Weten is kennis en beperkt, vermoeden is verbeelding en grenzeloos.

Ik geloof niet dat uitleg een schilderij ‘schoner’ maakt of meer vatbaar voor ontroering.
Misschien zegt u wel ‘een gedicht hoeft niet mooi te zijn’.
Wel, ik geloof eerder Roger Scruton die zei: ‘dat schoonheid de reden van ons bestaan is.’

Als poëzie ‘een vak’ wordt om te slagen of te buizen, ben ik niet meer mee.

Misschien…

misschien zijn we | Straatpoëzie
Foto internet

.

misschien
en dan volgt er het wit

dat tussen de regels ligt
en geduldig is

misschien
laat ruimte en hoop

voor woorden tussenin

misschien
is ook de taal

van de twinkeling
in haar ogen

van het rouge
op haar lachende lippen

en de losse knoopjes
van haar blauwe blouse

in misschien ligt het land van melk en honig.



Toen alles nog groot was…



Een mens-huis-boom-tekening bekijken | De Vrije Juf
Internet – De vrije juf





Bergen werden heuvels,
stromen krompen tot kabbelende beekjes,
huizen werden kamers.

Alleen ik werd groter.

Maar ook breekbaar.
En poreuzer.
Mijn dromen kreupel.

Ik maak me klaar voor Ispahaan.






PS.
Toen ik na jaren mijn geboortehuis bezocht,
en er vreemde grote mensen woonden,
schrok ik.

De bomen gekrompen. De tuin geslonken.
De kamers uit een poppenkast gebouwd.
Maar meer nog zag ik hoe

het huis uit mij verdwenen was.

dichter van het verlangen …



Foto copyright Katherine Wolkoff
Louise Glück, dichter van het verlangen

De Nobelprijs voor de Literatuur is gisteren toegekend aan de Amerikaanse dichter en essayiste Louise Glück, die met haar ‘onmiskenbare poëtische stem en sobere schoonheid het individuele bestaan universeel maakt’, aldus de Zweedse Academie. Wie haar werk kent, zal die kwalificatie onderschrijven.

Zelfondervraging

Misschien zou je kunnen zeggen dat Louise Glück vooral stem wil geven aan het verlangen dat de mens beweegt en motiveert. Glück heeft vaak expliciet geschreven over vele vormen van verlangen – bijvoorbeeld het verlangen naar liefde en aandacht, naar inzicht of naar het vermogen om waarheid over te brengen – maar haar be­nadering van verlangen wordt gekenmerkt door ambivalentie, door een vorm van zelfondervraging.

Uit De Standaard – 9 oktober 2020



+++



hoe van nergens naar ergens
de weg
over gemis en verlangen gaat

en er tussen mij
en mij
een leven ligt


+++


soms ben ik water
en dan weer aarde

en tussenin
een oeverloze klank

maar ooit
word ik een laaiend vuur

de weg is lang naar later





en daarom schik ik perzen in het avondlicht…

Een frisse wind voor virtuele bomen | RTL Nieuws
Foto internet – RTL




Zopas dacht mijn herfstige ochtend dat het zomer werd…
met dank aan een mooi Blog:


Zichtbaar alleen


https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/10/08/voor-een-jonge-dichter/

.

Voor een jonge dichter

.

Aardige brieven, verzen met ‘iets’, een telefoontje,
en nu je naar me toe komt fietsen
schenk ik je gespannen kuiten,
ogen vol zeelicht van de kust
en een lok die telkens voorover valt.

.

Je stem klonk warm, geraffineerd, en daarom
schik ik perzen in het avondlicht
waarop je boeiend zou kunnen manoeuvreren.
Want als je bent als die stem, ben je zo:
bruin, met donzige oren, en brede
sleutelbeenderen in een open hemd
– een ruige vreemdeling – schrijf je ergens,
maar ik kan niet blind blijven, straks
sta je voor me, neem ik je papieren op
en zit je veel te dicht bij.

.

Straks praten we als twee vreemden,
misschien zeg ik wel u, maar nu
gun ik mij nog even de luxe
van een illusie, en dus ben je
een aardige jongen in de zomerregen
met een lok die telkens voorover valt.


.
PS.
Op de radio en in de kranten, bijt een zure wind de ochtend.
Weer om geen hond door te jagen.
Gelukkig kwispelt er hier en daar een oude dichter.

Die, al was het maar voor even,
mijn frêle haar door elkaar waait.
Ook al heeft de herfst het reeds duchtig verfomfaait.

Woorden, ach, ze kunnen alle kanten op.

Uitgewist

Uit Het Weekblad van De Standaard

Hij heeft wat schrijfgerief verzameld en begint te schrijven. Op het grote lege blad. Op de kist staat een inktpot – we schrijven 1969, dat was toen nog maar een klein beetje nostalgisch – waarin hij regelmatig zijn pen doopt.
We kunnen niet lezen wat hij schrijft, we zien alleen dát hij schrijft. Het gaat om de handeling, de act, de houding.

En vooral zien we de houdgreep waarin zowat elke scheppende mens verkeert: tussen eeuwigheid en vergetelheid, tussen schitteren en verdwijnen. De ontroering én de ironie schuilen in de schijnbare eenvoud van de handeling. Een man zit op een stoel en wil iets schrijven. Dat is geen vergezochte bezigheid.

We zien een tekst ontstaan, in verse inkt. Alsof de man hem ter plaatse uitspreekt. Hij meent het.

Bernard Dewulf – Citaat uit het Weekblad – 3 oktober 2020

+++



Even denk ik aan mijn geliefde Dinska Bronska.
Zij schrijft een brief.
Een heilige handeling. Tussen heimwee en Fernweh.

Hier tik ik mijn leven.
Tussen tuin en huis. Een ogenschijnlijk roerloos bestaan.
Een goddeloos gebed.

Ginder dat is Ispahaan.
Nog even. En ik ben uitgewist.
Weggegomd. Uit de woorden. Verdwenen. Uit het zicht.

Uitgemist. Terug naar het Grote Niets.





PS.

Roerloos.

De kunst van de inertie.
De gespannen boog. Voor het schot.
De beheersing. Van de traagheid.

De spanning voor het loslaten.
De scherpte voor de ontspanning.
De reiger in een reiziger.

Onderweg.

La Pluie MARCEL BROODTHAERShttp://en.wikipedia.org/wiki/Marcel_Broodthaers video shot at the Centre Pompidou, Paris, october 2010 during a conference about Nam JUNE PEIKwww.youtube.com