Dichter bij Nolens

 

Als wij, de grote mensen, moe zijn

 Van het praten met elkaar,
 Als wij moe zijn van het slapen
 Met elkaar, het wandelen
 En handeldrijven met elkaar,
 Het tafelen en oorlog voeren

Met elkaar, als wij zo moe zijn
Van elkaar, van het elkaren …

 

 

Dan tel ik soms tot één
en denk
dit is genoeg

de stilte
en het licht
de woorden die nu zwijgen

het raam
dat naar buiten staart
en ziet

dat er niets bestaat.

In deze kamer
sterft de tijd
aan nodeloze haast

de krant
verliest zijn vluchtelingen
uit het oog

en ik metsel
troost
omheen mijn onvoltooid verlangen

geen gemis is groot genoeg om mij te vangen.

 

PS.
De Vlaamse dichter Leonard Nolens is de laureaat van
de Vijfjaarlijkse Prijs voor Poëzie van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.
Nolens wordt bekroond voor zijn bundel “Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen” uit 2011.

Bron: de redactie.

 

https://www.youtube.com/watch?v=kTe55kBUGTk&list=PLZw3HenCQihF5kg60PKYXRh0secl6l9sl

 

 

 

moe van de woorden

 

Vermoeidheid

Als wij, de grote mensen, moe zijn
Van het praten met elkaar,
Als wij moe zijn van het slapen
Met elkaar, het wandelen
En handeldrijven met elkaar,
Het tafelen en oorlogvoeren

Als wij, de grote mensen, moe zijn
Van het praten,
Van het praten,
Van het praten met elkaar,
Gaan wij de tuin in en verzwijgen ons
In de kat, in het gras, in het kind.

Uit ‘Manieren van leven’ – Leonard Nolens

 

.                                        +++

 

 

Laat ze zwijgen
en afsterven
tot vermeende lijken

woorden in ontbinding

wegens gebrek
aan verbinden
misverstanden van menselijke aard

veroordeeld tot stilte en mekaar

die van een tuin
en een kat
het pad in het gras

en een kind dat nog moet leren praten.

 

 

PS.
Dit dagboek brabbelde decennialang.
Verstoorde het zwijgen.
Onbekwaam in het verzwijgen.

Wat ongeschreven was.
Elke dag wordt het moeilijker.
Om met mezelf te praten.

En met jou.
Mijn geliefde alphabet. Ik vertrek.
Naar Ispahaan.

 

 

 

Thuis is altijd een beetje reizen…

Gezond wonen: 'In de meeste huizen is de lucht meer vervuild dan ...

Foto internet – NU.nl

“Waarom gaan we eigenlijk op vakantie? Wat zoeken we?
Op vakantie vieren we onze existentie, zegt Tinneke Beeckman.
Nee hoor, zegt Bas Haring, vakantie laat vaak juist zien dat we niet weten wat we met ons leven moeten.

Beeckman: … “Het gaat er niet om hetzelfde te doen op een andere plek, of wat je thuis zou willen doen als het weer beter was en de zee blauwer. De bedoeling is dat de reis jou verandert, dat je door andere prikkels ook een beetje een ander mens wordt. Maar tegenwoordig steken mensen vaak geld, tijd en energie in een reis naar de andere kant van de wereld om daar exact hetzelfde gesprek te hebben als in hun eigen tuin…”

Haring: “Dat is zo. Ik vind sowieso dat het belang van reizen schromelijk wordt overdreven. Op een andere plek zijn is relevant, mits je merkt dat wat wij normaal vinden, ze ergens anders niet normaal vinden, en vice versa. Maar op een Franse camping of tijdens een gemiddelde backpack-reis ervaar je dat nauwelijks. Je merkt daar niet hoe ánders mensen zijn, maar hoe hetzelfde mensen zijn, want je komt terecht in een subcultuur. Als je vanuit de Amsterdamse grachtengordel werkelijk in contact wil komen met nieuwe prikkels en andere manieren van denken, hoef je daarvoor echt niet met een rugzak naar Australië. Je kunt dan beter een tijdje in Almere gaan wonen.”

Uit een interview dat verscheen in Trouw, op 9 juli 2020 – ‘Filosofisch Elftal’ – .

.                                                                         +++

 
“Als ik mijn ogen toedoe, ben ik in Honoloeloe.” –  Jules Deelder

 

Abstracte vakantie

Ik dekte je toe
maar je spoelde weg
met je haren van zand

en je ogen van zee

blauw was je verlangen
en ver
mijn gemis

maar onze armen waren een huis

en je glimlach
oeverloos breed
onze vensters vlogen uit

maar het bed verzamelde wat wij al lang wisten.

 

 

 

het kijken naar mensen…

Must sees in Leuven - Citytrip.be
Foto Internet

 

Vanuit mijn ooghoek probeer ik haar lichaamstaal te lezen.

Ik mis dat kijken van vroeger. Oog in oog met dierbaren. Elkaars theater en publiek zijn. Ik mis het kijken in de stad, want de stad is geen stad meer, maar een dorp, met een bakker, een slager en een supermarkt, waaruit alle andere leven is weggezogen. …
Ik mis het om op een bankje of een terras ongegeneerd het gewoel gade te slaan, te observeren, te luistervinken, om traag te kijken. …
Ik mis het om in mijn favoriete restaurant de ober te volgen, terwijl hij slalomt tussen de tafels met volle borden, hoe zijn rugspieren zich aftekenen onder zijn te dunne T-shirt, omdat hij gezien wil worden, en ik hem opeet met mijn ogen.
Ik mis het om mijn best te doen, mij op te maken, voor mijn kleerkast te staan en iets moois uit te kiezen, omdat de straten een catwalk zijn.
Ik mis de stad, de wereld, als spel van kijken en bekeken worden. Niet alleen wij, maar ook onze ogen zijn in quarantaine.
‘Het kijken naar mensen, dat maakt me blij’, zong Ann Christy ook. Het lijkt bijna simplistisch, maar wat had ze gelijk.

Verschenen op zaterdag 25 april 2020 – Uit De Standaard – Door

 

 

.                                                                       +++

 

Kijken is schrijven. En ‘een daad van liefde’ volgens Torfs.

Mijn woorden treuren.
Te weinig liefde.
In mijn ogenblikken.

Mondmaskers het klinkt als monsters in mijn onwennige oren.

Ik heb het gevoel
dat de zinnen lijden onder de virale dictatuur.
Ze lummelen maar wat aan. Eentonig en lusteloos.

Alsof ze alweer in quarantaine zijn.
De oogluiken dicht. Het alphabet gesloten.
Geen deur op een kier.

 

 

PS.
Fris en vers. Nieuwe huid rondom woorden.
Soms vind je zo iemand.
En dan wordt het alphabet weer een huis om in te wonen.

Godzijdank kwam ik tegen. Met wijd open ogen.

 

 

 

Het witte vierkant

 

annathumbnail_image

De Volkskrant – Beeld Erik Smits

 

 

Uit:  Oudejaarstoespraak

.
…                                Maar deze laatste avond
van het jaar wil ik u groeten en vertellen dat wij nog
bestaan, onmachtig weliswaar om zo’n heel jaar

te overzien, krom onder onze last, maar vlijtig
schrijvend aan de zinnen die wij schrijven moeten.
Wij kneden het gemis totdat het op de bladzij past.

 

Anna Enquist
Berichten van het front
Arbeiderspers; 64 blz. € 19,99

+++

 

“Wij kneden het gemis totdat het op de bladzij past.”
Anna Enquist

 

Zij verzoent mij weer.
Met mezelf.
En het woord.

Dat als een slak
over het tuinpad
hier een spoor nalaat.

En dat is alles wat er staat.

 

 

PS.
Wat bezit ik, behalve mijn verleden.
Ik  vecht ermee.
Zo ook met woorden.

Het teveel.

Geef mij een komma.
Een strohalm.

Graag schreef ik een totaal wit vierkant.

Zo leeg dat je er de hemel in hoort spreken.

 

 

lippen in het enkelvoud

lippen550x367
Internet JJ-Art

 

 

Maar hoe verder je in het verhaal komt, des te tragischer wordt de arme Diego, die door al dat wachten de grip op zijn leven, maar ook op de werkelijkheid, verliest. Wanneer Zama weer eens geil maar vooral eenzaam in bed ligt, denkt hij:
‘Hier was ik zonder lippen voor mijn lippen.’

‘Ik vroeg me af, niet waarom ik leefde, maar waarom ik geleefd had. Ik veronderstelde dat de reden het wachten was en ik wilde weten of ik nog iets verwachtte. Het leek me van wel. Een mens verwacht altijd meer.’

En daarom trekken we straks weer van luchthaven naar luchthaven. Om te oefenen in wachten, en dus in leven.

Uit: DICHTER bij Ellen – Antonio di Benedetto, Zama, Lebowski, 2017 – De Morgen – 5 juli 2017

 

 

 

.                                                                    +++

 

 

Soms spreken ze als vlinders
die over bloemen fladderen
vrij en veranderlijk

dan weer zwijgen ze
zoals een zomeravond die valt
over een mens verlaten door God

maar dichterbij wachten ze
geduldig als kersen
rijp om geplukt te worden.

 

 

PS.
Met het rouge van kersen lokken lippen onze zoenen.
Zuchten ze en zoeken ze.
Naar hun zachte ridders. Om te oefenen.

“Il faut embrasser beaucoup de grenouilles avant de trouver son prince charmant.”

 

 

 

una metáfora

.

.

Une métaphore
est la métamorphose d’ une phrase… à une image…

.

.

.

Jij bent de zee.

Dat kan zomaar waar worden
in een gedicht.
Hoewel jij een vlinder bent of een libelle.

In de tuin. Naast mij gezeten.

Als de hoge bomen golven
door de schuimende wind
dan worden ze een metafoor.

Zo breed als de zee. In ziedende zinnen.

Hemelhoog boven een weide
worden wolken
bergen of schapen.

Dat kan allemaal in een gedicht.

Dat openbreekt
als bloesem in de lente. Van haar lenden.
Of zich sluit.

Zoals de avond rond jou.

 

 

 
PS.
Zou een foto een metafoor kunnen neerschrijven?
Ik vraag me het af.
Terwijl woorden door hun ‘oneigenlijk gebruik’
beelden worden.

Buiten hun betekenis treden. Zoals rivieren hun oevers verlaten.

 

 

 

Valiezen vertrekken nooit alleen…

Bericht aan de reizigers

Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen,
Dan vindt ge in elke stad behoorlijk onderkomen.

Zit rustig en geduldig naast het open raam:
Gij zijt een reiziger en niemand kent uw naam.

… enzoverder

vr 18/03/2011  
In het Centraal Station in Antwerpen is een muurschildering onthuld van een gedicht van Jan Van Nijlen. Met “Bericht aan de reizigers”

 

.                                                                        +++

 

 

Bij het venster van de trein
waar weiden weer gaan reizen
en de koeien blijven staan

zal hij zitten aan het raam
roerloos wachten
wachten tot de zee komt

tot bijna aan z’n voeten
en er dan naar kijken
met z’n twee

Zo zie je minder, maar ben je niet alleen.

 

 

PS.
Blankenberge.

De meeuwen lezen de zee.
De taal van het water.

Ze schrijven tegen de hemel.
Met het schuimend alfabet.

Hun signatuur.
Blauwe wind met witte adem.

tussen hemel en aarde

hemel1024x576a
Foto internet – NOS

 

Dieu mit, sachant ce qui convient à l’homme,
Le ciel bien loin et la femme tout près.

Victor Hugo

.                                                            +++

 

Ce que femme veut, Dieu le veut.

 

Maar ligt de hemel
niet in haar ogen
te glinsteren

de sterren en de maan

de zee en het strand
de duinen en
het melkwegstelsel

binnen handbereik

wanneer wij verdwalen
in onszelf
en in de somberte van een krant

de wereld ligt te sterven.

 

 

PS.
Voor mij zijn het synoniemen.

Hemel en vrouw.
Soms in de keuken.
Dan weer tussen de lakens.

Of op een lege plek in het gras.
Nog geurend naar de nacht.
En het beeld van een vrouw.

Een eeuwig mysterie. Zoals de hemel.

 

het gevangen water…

zwemthumbnail_image
Foto Belga

 

Lezend over en kijkend naar de geschiedenis van zwembaden en hoe ze verbeeld zijn, vielen me een paar duidelijke onderlinge verschillen op: tussen publieke en privézwembaden, tussen openlucht- en overdekte zwembaden. Tussen wat zich in en om het bad afspeelt.

Maar het wezenlijkste onderscheid is dat tussen uitgelatenheid en luidruchtigheid, en roerloosheid en stilte. Een zwembad staat voor allebei: zowel gezamenlijke waterpret als de eenzaamheid van de baantjes trekkende zwemmer.

En er is nog meer. Weinig kan zo verpletterend verlaten lijken en ‘klinken’ als een verlaten zwembad. Het gevangen water zwijgt, ligt, rust, even oppervlakkig als diep, even onverschillig als vol herinneringen.

Uit: Bernard Dewulf – Reflector – Het Weekblad van De Standaard – 4 juli 2020

 

 

.                                                                  +++

 

 

Het gevangen water …

Alsof het met penitentiair verlof is.
Tijdens de lockdown.
Opgesloten. Maar zonder zwembandje.

Verlaten.

Hoe het ooit overmoedig stroomde
langs meanderende rivieren.
Met zachte oevers.

En wachtend gras. Op jonge geliefden.

Die malkander spiegelden.
Nog helder water in hun ogen. Toi et moi.
Zonder verlangen naar de groene overkant.

Nog geen bridge over troubled water.

Maar eeuwigheid.
Zoals rivieren steeds maar wederkeren.
Naar de zee.

De baarmoeder van elk leven.

 

PS.
Je ziet de afwezigheid.
De zwemmer zwemt. Maar hier en nu, niet.
De Sportoase lijkt een lege gevangenis.

Haar gedetineerden zijn ontsnapt.
Ze baden nu thuis.
In hun verveling.