als op een dag het jongetje groot zal zijn


Copyright Johan Dockx

 

Ik vermoed dat zo mijn hekel aan dat beest gaandeweg is gegroeid. Ik herinner me een van mijn allereerste mopjes die ik graag vertelde zonder ze te begrijpen. Aan het einde van dat mopje riep Jozef: ‘Maria, doe dat raam dicht, die duif is daar weer!’.  En vervolgens riep mijn moeder me vanuit haar strandstoel in de tuin bij zich en vroeg: ‘Versta jij wel wat je daar vertelt?’.
En ook die vraag is me met regelmaat door de kop blijven waaien: ‘Versta jij wel wat je daar vertelt?’
Het vroegrijpe jongetje dwingt zijn gezicht in een ernstige plooi in de hoop dat het zo enig gewicht aan zijn woorden zal verlenen. Maar wij, volwassenen, weten lachend wat we zien. Dat wijsneuzerige, betweterige van zo’n jongetje is voor ons goed leesbaar, én herkenbaar. Maar we zeggen hem niet:
‘Beste jongetje, laat de inhoud van je woorden het werk doen in plaats van die vermoeiende mimiek’. Nee, daar gaan we hem niet mee lastigvallen, we vinden hem gewoon nog te jong voor die grimassen en we lachen vaderlijk en moederlijk en tanterig en nonkelig om al die haast om groot te zijn. Want laat ons wel wezen, als op een dag het jongetje groot zal zijn, mag hij volop gaan grimassen zoals wij. Maar nu is het nog te vroeg. Hij verstaat de mop van de duif nog niet.

Uit De Standaard der Letteren – Josse De Pauw         6 – 6 – 2020

 

 

.                                                                        °°°

 

De dichter is een koe – Gerrit Achterberg

 

Of de dichter ook een duif is, dat kan ik je niet garanderen.
Wat ik wel weet, ik zag het immers met eigen ogen, duiven schijten graag op schrijvers.
Alsof ze zelf oefenen in het nalaten van hun geschriften.

In Antwerpen, ik ben de naam van het plein vergeten, zag ik minstens tweemaal Elsschot.
Gezeten. Stil en statig als een standbeeld. Een meneer die zijn plek kent in de wereld.
Helaas, hij zat er ook wat morsig bij. Onder de regen van weinig respectvolle duiven. Duidelijk geen lezers.

Het leek wel, of ze het schijt hadden aan het Canon van de Literatuur.

Ik vermoed dat ze liever Twitteren. Kort en krachtig.
Enkele woorden loslaten. En waar ze terechtkomen is niet belangrijk.
Ach, hun volgende Tweet hangt immers al in de lucht.

Toch maar uitkijken. Sammy,  kijk omhoog…

 

 

 

Lost in translation

Foto – De Standaard – Bonnard – Nu à contre-jour, 1908

Het meeste zien is weerzien. Weinigen onder ons die dagelijks wakker worden en denken, dit heb ik nu nog nooit gezien.
Tegelijk is geen enkel weerzien hetzelfde. De tijd tikt, het gras groeit, de ogen slijten. En het licht heeft zo zijn eigen wetten.
Weerzien is herinneren. En herinneren is weerzien. Maar hoe betrouwbaar is dat?

Bernard Dewulf – Een oeuvre van ogenblikken – De Standaard – 28 maart 2015

.                                                                                          °°°

 

 

 

De taal van het lichaam. – Een oeuvre van ogenblikken.

Stel je voor dat ieder woord moest gebeiteld of gekneed worden.
Gebakken of gesneden. Geschilderd.
Maar als het woord zwijgt, wie spreekt er dan?

De taal van het lichaam. Waar leer je die?

En begint ze ook bij: aap noot mies?
Je wijsvinger of duim, een oogopslag of een glimlach.
Sliep ze al in onze griffel toen wij op een lei krasten, met het puntje van onze tong?

En plots denk ik aan de kus van Judas. Het theater van de leugen.

Is ‘Lire c’est écrire’ ook geldig
bij het optrekken van wenkbrauwen of mondhoeken?
Het lezen van het licht in haar ogen.

Ik weet zoveel niet.
De taal van verf of marmer, ik spreek ze niet.
En blijft het alphabet onveranderlijk of past het zich voortdurend aan.

In de keuken, aan tafel of in bed.
Verandert de uitspraak met de jaren?
En kan je haar ruiken of betasten?

Vergeet je haar? Doorheen de seizoenen. Van je craquelé en haren.

Het introïtus. Het Gloria in excelcis of het Credo. Van de Taal van het Lichaam.
De aktes van Geloof, Hoop en Liefde.
Ik vraag me nu af: ‘was er ook een akte van Berouw?’

En is er een verschil in de spraakkunst van haar preludium en haar post coitum?

.

PS.
Als er gezwegen wordt, dan is er nog de taal van het lichaam.
Maar zijn wij allemaal wel beëdigde vertalers?

Zijn wij niet eerder ‘tolken’ die onze interpretatie vertalen?

 

Als de dag uitgeschreven is

TorfsEZm397WXsAU3Nko
Foto – Rik Torfs – Twitter – “Soms lijkt een avond een afscheid.

 

 

 

‘Dag sprinkhaan,’ zei het schrijvertje. ‘Ik had je wel gezien.’ Hij prikte met een stokje in de grond tussen zijn voeten.
‘Moet je niet schrijven?’ vroeg de sprinkhaan.
‘Nee,’ zei het schrijvertje.
‘Waarom niet?’
‘Ik ben uitgeschreven.’
‘Uitgeschreven?’ vroeg de sprinkhaan verbaasd.
‘Ja,’ zei het schrijvertje. ‘Ik heb alles geschreven wat er te schrijven viel.’
‘O,’ zei de sprinkhaan.
Een tijd lang was het stil.

Uit: Het geluk van de sprinkhaan – pag. 35 – Toon Tellegen

 

 

.                                                        °°°

 

 

De dichters denken na, nog even voor het slapen gaan.
Bijna valt de dag
uit het kader. De zon trekt de avond over zich heen.

Het gras is uitgepraat.
De schrijver vindt geen woorden meer.
De nacht houdt alle gedachten in beraad.

Morgen als het wit het toelaat, herkauwt een dichter de dageraad.

 

PS.
Een tijd lang was het stil.
Zoals straten van een stad. Verdwaasd zonder mensen.
Stenen kunnen niet leven. Zonder hen.

En ik niet zonder pen. Die tegenwoordig anders heet.

 

 

 

 

een manier van kijken

 

 

Afbeelding kan het volgende bevatten: schoenen
Foto Internet – M.K.

 

 

Sommigen zullen zelfs misschien voor het eerst de keukenklok horen tikken. Na oor­verdovende jaren, uithuizig in eigen huis.
Het kan moeilijk anders of wij beleven nu massaal nieuwe ‘manieren van kijken’, maar ook van luisteren, aanraken, ontmoeten.
Het is ontwaken uit een soort blindheid.
Althans zo lees ik nu, in een ander daglicht, de volgende regel van het gedicht:
‘Er is niets te zien,’ schrijft de dichter, ‘en dat moet je zien.’

Uit: Si & la – Bernard Dewulf – Het Weekblad van De Standaard – 18 april 2020

 

 

.                                                                           °°°

 

 

Voyage autour de mon jardin

Mijn tuin is ongemanierd en onbeschaamd.
Tussen de tulpen en de struiken,
bloeien de druivelaartjes blauw.

Als meisjes die hinkelen
tussen onbestaande perkjes.
Van hen hou ik schaamteloos lang.

En van die ene wilde roos
die met allure
op de herfst wacht.

Alsof ze Proust las. En Godot was.

 

.                                                                                                       °°°

 

 

Een oefening in verliezen.

Wacht zij op later
wanneer zij zo groot zal zijn
als de schoen van mama.

Of luistert zij
naar een verhaal
van vallen en opstaan.

Hinkelen naar morgen
en vergeten
dat het geen spel was.

Maar een oefening in verliezen.

 

 

Voor haar die ik nog niet ken…

Hoge Hakken Foto's, Afbeeldingen En Stock Fotografie - 123RF
Foto internet – 123RF

 

Er zijn twee essentiële vormen van eenzaamheid: die van niet iemand gevonden te hebben om van te houden,
en die van beroofd te zijn van degene van wie je hield. De eerste vorm is erger.

Uit : Hoogteverschillen – pag. 121 – Julian Barnes

 

 

.                                                                                °°°

 

 

 

 

Kom, leg je
hier te slapen
in mijn ach en tja

dat witte dons
van mijn vertwijfeling
die hapering

in mijn hunker
naar jou
en de verte van je ogen

de onbekende herinnering
die nog moet komen
ooit als je hier

aan tafel zit te dromen.

 

 

 

 

PS. 2020

SpaceX

Misschien
blijf jij wel haperen
met je hoge hakken

tussen de kasseien

of sta je in Paris XL
een flacon parfum te kopen
en scheer ik rakelings

langs jouw onbekend lichaam

zullen wij nooit
door het sas
van onze ruimtecapsule

tot bij elkaar geraken.

 

 

avoir et être

Boekwinkeltjes.nl - Barnes, Julian - Hoogteverschillen

 

 

Het verlies van diepte

aan de oppervlakte
ben ik staalhard alleen
in de diepte verlaten

door iedereen

die vergeet te graven
naar het verschil
tussen hebben en zijn

ben ik wat ik heb?

 

 

 

PS.
Heb ik slechts mezelf.
En is de andere niet vatbaar om te bewaren.
Maar slechts vloeibaar
als wind door de hagen.

Verdwijn jij straks. Als ik je nader. Zoals dag de avond.

 

 

 

alsof het voorbij is…

 

Bloemlezing 'De 44' - Herman de Coninckprijs voor Poëzie

 

De beste.
Het is een hoge trap
om te beklimmen.

Als dit de 44 beste zijn.
Wat lag er dan aan hun versvoeten.
Te wachten om te stijgen.

Mijn begeerte verdwijnt. Sterft uit.

 

 

PS.
De gustibus et coloribus non disputandum est.

Mijn smaak is niet heiligmakend. Of van belang.
Maar bij het lezen van een gedicht in deze bundel, word ik ongelukkiger. Comparatief.
Dat kan niet de bedoeling zijn.

Ik lees mij verder weg.
Van de begeerte.
Zonder goesting kan je niet leven. Lezen.

Of schrijven.

Spijtig. Ik ben de weg kwijt. Naar de Schone Letteren.

 

PS.
Poëzie is geen koers. En een gedicht geen coureur.
Het lijkt me niet goed
ze op een schavotje te plaatsen.