ik piep gewoon verder…

Catharina L. van Groningen, De Alblasserwaard · dbnl
Foto internet – Dbnl

Toen de muis die avond in bed lag, op zijn rug, met zijn hoofd op zijn voorpoten,
dacht hij: de mier vond het bemoedigend… dan wàs het ook bemoedigend.
Hij keek naar het plafond en piepte zoals hij op het spreekgestoelte had gepiept,
maar minder schel en doordringend. Het was eigenlijk piepen zoals hij altijd piepte.
Gewoon piepen. Ten slotte knikte hij, draaide zich op zijn zij, trok zijn deken
zo ver mogelijk over zich heen en sliep.

Hij had iedereen bemoedigd.

Uit: Het voornemen van de muis – laatste pagina – Toon Tellegen

 

.                                                – –oOo– –

 

 
Gisteren. Erg vroeg onder de lakens.
Diepe slaap, zware dromen. Sedert veertien dagen al.
Corona breviert in mijn leven. En des/illusies.

Nog geen klapwiekende nachtmerrie. Gelukkig.

Ik tracht vanaf vandaag weer een week, de stoere struisvogel te spelen. Uit te hangen.
Voor het venster. En vooral voor mezelf dus.
Als het doek opgaat in de ochtend, dan durf ik al eens stiekem te applaudisseren.

Voor deze held. Deze weke krijger. Op de veldslag van vergeten.

 
En zo blijf ik in beweging,

upstairs, downstairs, vierenveertig trappen lang.
Onderweg.
Naar straks, wanneer het woordje ‘voorbij’ plots in de vitrines schittert.

Alsof er niets gebeurd is.

Dat vrees ik toch een beetje. Mensen vergeten snel.
Terwijl ik vecht
om mijn archief te verschalken.

Als suppoost knijp ik een oogje dicht.
Ook de schuifjes waar te veel inzit.
Wat ik niet wil weten.

 

 

 

 

Doornroosje

 

Pin van Alexandra Kozlowski op Gute Nacht - Slaaptekort, Slapen en ...
Foto internet – Pinterest

 

 

 

 

Slaapt ze nog
of is ze ingeslapen

kan ik haar nog redden

alleen maar door haar aan te kijken
en de plooien van haar lakens
glad te strijken

met mijn gemis en onvoltooid verlangen…

 

 

 
PS.
‘Vivre c’est ma dernière volonté.’

Liesbeth List was al een sprookje voor mij, lang voor ze stierf.
Mijn dochter draagt haar naam.

Misschien zingt zij nu nog wel honderd jaar.
Vermits er niemand is om haar te kussen.

’t is niet wat je denkt…

Afbeeldingsresultaat voor kikker op een lelieblad
Foto internet – Footo.nl

 

 

 

Ik kan ook vertrekken zonder een bericht achter te laten, zonder dat iemand me mist.
Ze weten nu al nauwelijks wie ik ben en dan al helemààl niet meer. De muis? De grijze muis? Hebben jullie daar wel eens van gehoord?
Nee, nooit. Ze hebben van de dolle rups gehoord, de schuwe scharrelaar, de vuurspugende duizenpoot, maar niet van de muis.

Uit: Het voornemen van de muis – pag. 101 – Toon Tellegen

.                                                – –oOo– –

Ik hoorde me kuchen.
Beetje droog.
En driemaal na elkaar.

‘ Is niet wat je denkt!’

dacht ik te roepen.
Maar ik kon me net bedwingen.
In tegenstelling tot vroegere bekoringen. 

Verleidingen van het zesde en negende.

Maar NU
zou ik misschien sommige buren
in verwarring kunnen brengen.

En er is al zoveel vertwijfeling.

 

 

PS.
De routine knelt als een te strak korset rond mijn dag.
Ik zou kunnen niksen.
Maar dan bestaat het gevaar dat de duivel zich op mijn oorkussen neerlegt.
Naast zijn maîtresse: de ledigheid.

En wat moet ik dan doen met haar.

In de  schuifjes van mijn schuldgevoel, sleur ik nog altijd
De Mechelse Catechismus mee.
Met zijn dagelijkse zonden en vooral de doodzonden van onkuisheid.

Ach, spijtig toch dat mijn jaren niet meer toelaten om ervan te genieten.
Ik heb goeie herinneringen aan sommige van hen.

 

PS.
Ik kan ook vertrekken
Ik trek me terug in mijn vertrekken.
Voor mij zie ik de uitgestrekte lege kamers. Van een paleis.

Koning in het Land der Blinden.

Vertrekken, substantief èn werkwoord.
Prachtig koppel voor ‘een roerloze reiziger’.
In de verte hoor ik de prinsen kwaken.

Zij paren, niet gestoord door enige vorm van schaamte.

 

 

 

 

 

De sluipende ondermijning van de vanzelfsprekendheid…

Afbeeldingsresultaat voor muis+mier

 

 

De volgende avond kwam de muis opnieuw op bezoek bij de mier.
‘Maar je kunt het ook over iets heel anders hebben,’  begon de mier,
nog voor de muis iets had kunnen vragen over het onzegbare,
waaraan hij de hele dag had gedacht, ‘als het maar iets is waar niemand iets van weet
of zelfs maar van heeft gehoord. Over de warwinkel van de zielloosheid, de drogredenen
van de saamhorigheid, de sluipende ondermijning van de vanzelfsprekendheid…’

‘De sluipende ondermijning van de vanzelfsprekendheid…’ fluisterde de muis
en hij probeerde die woorden te onthouden.

Uit : Het voornemen van de muis – Toon Tellegen – pag. 67

.                                                                      °°°

 

 

 

Nooit
was jij vanzelfsprekend

nu nog minder
dan die eerste keer

toen enkel onze ogen spraken
en onze lippen

stranden van verlangen waren
en uren

muren van gemis.

 

 

PS.
Als ik de Dikke van Dale was,
dan schrapte ik ‘vanzelfsprekendheid’ uit mijn woordenschat.

Als Corona
dat nog niet duidelijk heeft gemaakt,

wie dan wel?

 

 

 

Breng die rozen naar de Professor…

het hoeft niet altijd Sandra te zijn…

Afbeeldingsresultaat voor rik torfs met bloemen
Foto HLN

 

 



 
 
Waarde heer Professor,


Zopas gehoord op het nieuws van drie uur. PM.

Mezenhof in Mechelen. 
-Niet meteen het Klein Seminarie.- 
En ik heb een sterk vermoeden dat de habitanten er niet meer tak op, tak af springen.

Een triage van de residenten dringt zich op. Wie mag er nog naar het ziekenhuis en wie niet.
In het verzorgingstehuis is men aan het nadenken hoe ‘deze blijde boodschap’ te verspreiden. 
En de bewoners tevreden te stellen. Met de juiste toekomstperspectieven.

God de Directeur (in samenspraak met Drie of meerdere Personen) 
zal het heikele Zwaard van Damocles hanteren om de Gordiaanse knoop door te hakken.
Een Salomonsoordeel dus. 


Als het aan Griet Op de Beeck zou liggen, 
mochten ze wellicht allemaal naar Vele hemels boven de zevende.
Het beste wat we hebben. 

Gij nu,… se.

Waarde heer Professor, 
graag zou ik dit kort briefje eindigen met: Kom hier dat ik u kus.
Maar zij was u voor.

Ik zou zeggen: Let op mijn woorden … maar dat zal u toch niet doen. Ik kan daar mee leven.


Your humble servant,





PS.
Ik heb de schroom van mijn Eerste Communie moeten overwinnen om mij weer tot u te richten.
Neem mij deze zonde van hoogmoed niet kwalijk. Ik reken op uw ‘Absolvo te’.

Met weemoed denk ik terug aan ‘het Asperges me’, toen ik nog jong en viriel was.
Nu ben ik al blij als ik niet ‘viraal’ word.

PS.
Dit briefje stuurde ik gisteren naar de Professor.
Hij die in Het Land van Twitter gerimpelde wezens verdedigt.
Fluitend en galopperend als een hoofse ridder.

Pleit hij pro Deo of pro domo, ik weet het niet.
Soms lijkt hij wel een vreemde eend tussen de bijtende swipers.
Dan weer een kwakende prins. Klaar voor de overgave. 

Helaas, zal ook hij moeten wachten. Op die betoverende kus.

brieven en het recht op de eerste bruidsnacht

Afbeeldingsresultaat voor postduif
Foto internet – Quest
.
.
‘Een brief is een vriend die binnenkomt. En die blijft.’ – Manu Keirse
.

.
Ik hoor flarden, gerafelde zinnen op de radio. 
Dit was er eentje om (van) te houden.
Voor iemand als ik. En Dinska Bronska.

Brieven

ik adem ze uit. Ik inhaleer ze.
Bijna zou ik zeggen: ik verberg ze. Voor de mensen.
Die ze nooit liefgehad hebben met de heftigheid die ze verdienen.

Voor velen hebben brieven de geur van een postkoets. En de snelheid van een postduif.
Neen, de moderne tijd geeft de voorkeur aan pixels. Punten. Zonder komma’s.
Voor Face-book. Dat boek van beelden. En selfies.

Het epicentrum van hun smartphone.

Ooit verknoeiden zij daar het woord: vriend. 
Ontbladerd van zijn zeldzaamheid.
Ontheemd van warmte. Gespeend van huid.

En nu staan er missionarissen op om ‘de brief te verkondigen’.
De blijde boodschap.
Van het geschreven woord. De scripta.

O, god van de Brief,

ik zoek uw weg van inkt en papier, 
laat mij een zendeling worden.
Liever nog een afzender.

Die ergens in de verte zijn bestemmeling vindt.

 

 

PS.
Jaren vijftig. Vorige eeuw.
Geen smartphone of wat dan ook.

In het Klein Seminarie waren brieven de enige ontsnappingsroute.
Maar o, schandelijke censuur.
De schending van ‘de Privacy’ moest nog uitgevonden worden.

Wij mochten onze brieven niet dicht likken.
En die we ontvingen waren al vakkundig open gescheurd.

Zoiets als het recht op de eerste bruidsnacht. Le droit du Seigneur.

 

de dichter is een coureur

Afbeeldingsresultaat voor wielrenner in de spurt zwart wit
Foto internet

 

Dubbelganger

Een man die fietste zo hard dat wij hem bijna niet zagen
kwam langs en riep met schorre stem pas op
maar voor wij iets konden doen was hij al weer voorbij
en voor wij hem na konden kijken was hij al zowat weg.

Het moet een beroeps zijn geweest als je zag hoe hij onder
het viaduct verdween, bijna doorzichtig, een wolkje
stof, niet dat dat opwoei van het asfalt maar hijzelf
dunner en dunner van steeds zichzelf in te halen.

Eva Gerlach
Uit:
Wat zoekraakt
De Arbeiderspers Amsterdam 1994

Wat doet u nu het sociale en openbare leven in Nederland stiller dan anders is? Heeft corona ook een impact op uw poëzie?

‘Ik lees en schrijf meer, wegens minder sociale afleiding. Geldt dat voor iedereen, dan wordt het straks dringen bij de uitgeverijen. Dat wordt iets als een geboortegolf na een oorlog. Een invloed van ­sociale en persoonlijke angst en ongerustheid is er uiteraard altijd, maar je hoopt toch vooral dat verdriet voor iedereen beperkt blijft, jezelf niet uitgezonderd. Laat deze crisis in godsnaam dus geen impact hebben!’

U kende Herman de Coninck, naar wie deze prijs vernoemd is, persoonlijk. Hoe innig was jullie band?’

‘Herman was een van de meest integere mensen die ik ooit heb gekend. “Innig” is zeker niet het woord voor onze band. We hadden wat je misschien een literaire relatie kunt noemen.

De Nederlandse dichteres Eva Gerlach (71) heeft afgelopen weekend de Herman de Coninckprijs 2020 gekregen voor haar dichtbundel Oog.
Uit De Standaard – 23 maart 202O

 

.                                                                           °°°

 

Soms fiets ik
mezelf voorbij
als ik pedaleer over het wit

verzen vermaal
onder mijn vingers
en ik de spurt aantrek

voor een toevallige lezer

die mij passeert
en klopt
net op de lijn

terwijl ik het ganse gedicht voorop lag!