droevig als de ochtendmist met meisjesnamen

Afbeeldingsresultaat voor remco campert
Foto – Cinema Delicatessen

.

Lofdicht, Remco Campert

Voor Remco Campert is de jazzmuzikant Chet Baker zijn held.
Zijn muziek maakt een stroom van beelden los bij de dichter, hij lijkt wel te dromen terwijl hij naar de muziek luistert. Soms praat hij tegen de musicus. 

Remco Campert

 

 

Chet Baker
Zijn stem is een zachte regen
als de kleine voeten van het vreemde meisje
op het mollige tapijt,

of de muziek die klinkt
’s avonds van eilanden in de Moldau,
waar volleybalnetten gespannen zijn.

Voor in zijn mond zingt aarzelend de liefde.

Zachte regen, een wolk van muggen in de zomer,
de poel met ganzen in het witte vuile dorp,
dat zo Russisch aandeed.

Kus mij.

We voeren dagen en dagen.
Ik was gelukkig als er stroomversnellingen kwamen,
droevig als de ochtendmist met meisjesnamen de tent indreef.

Op zijn tong ligt veilig de liefde.

Zijn stem is poëzie, zoals de gladgeslepen kiezelsteen,
de gebroken lijn van potlood op papier,
je ogen die ik liefheb,

kus mij.

Zachte regen, zeer romantisch aan het raam,
ik strek mijn wapens, ik sta met lege handen,
Ik ben een bloederig geraamte, vul mij met zachtheid,

kus mij met de warme mond van je muzieke lichaam.

 

.                                                        °°°°

 

kus me
niet, liefste,
want nooit zal je nog veilig zijn

je adem
verlies je aan mij
ik inhaleer je

tot je sterft aan gebrek

geen gemis benadert
nog je verlangen
dat je aan mij verkwanselde

hulpeloos
verzamel je
je lippen

je woorden emigreren

naar mijn vreemde tong
ik richt ze in
als een asiel

nooit zal je nog bestaansrecht krijgen.

.                                                …

 

Advertenties

 


Foto – Getty Images – DSL

 

Peggy zag je dat

Hoe een vlezig roze met zilver

langs oevers van vlekkend groen

en spetters die op de planken vloer

hemellichamen vormen

tegen de stroom in met al zijn kracht

boven het water aan de tijd ontsnapt

om iets voor te stellen in een bad

van licht. Een vis zo te zien

en dat hij wazig is

zullen we iemand kwalijk nemen.

Het is die glibberige vis wellicht

die van wateren naar water de ogen in

zwemt zich als latente voorstelling

opdringt. Mijn hoofd uit spat.

.

 

Maria Barnas

Citaat:

Soms schiet Barnas wat te ver door in het gepolijste, waardoor de meer lichamelijke gedichten niet altijd even overtuigend zijn. In ‘Ik lig hier zalig’, bijvoorbeeld, vraagt het lyrisch ik: ‘En wie beschadigt mij? Kijk nu/ niet weg. Ik lig hier zalig op de loer.’ Die woorden verbleken toch naast de experimentele lichamelijkheid van de poëzie van Els Moors of de exuberante seksualiteit in het werk van Annemarie Estor. Ook Barnas blijkt echter uitstekend met een rauwer register uit de voeten te kunnen. In ‘Bosachtig’, een van de sterkere gedichten uit Nachtboot, verschuilt het lyrische ik zich achter een boom om te plassen maar trekt ze haar broek niet goed omlaag, waardoor
‘het bloed// naar mijn kuiten afknelde en ik/ over mijn schoenen zeek’.

Het levert een sleutelvraag in de bundel op: wat doe ik eigenlijk achter die boom? Je kunt je afvragen of het volgen van de conventie hier ook niet neerkomt op boegbeeld spelen op een schip. Door het rauwe pissen zo expliciet te benoemen, komt Barnas in haar poëzie intussen alsnog achter de boom uit. Wie dat doet, vaart niet zozeer de dood tegemoet, maar spat zoals de vis van Peggy Franck het hoofd van de toeschouwer uit.

Maria Barnas Nachtboot. Van Oorschot, 68 blz., 18,99 €

Een boegbeeld op een voorwaarts stuwend schip

Onverschrokken en toch ingetogen vaart Maria Barnas in haar verzen de dood tegemoet. 

Uit De Standaard der Letteren – 4 januari 2019

.                                                             .°°° °°° °°°

 

 

Hoewel ik een vis ben,
schrok ik behoorlijk.
Nooit had ik gedacht uit je hoofd te kunnen spatten.

Ik zou al blij zijn met een bokaal. Op je schouw.

dag visserke-vis met de pijp

en

dag visserke-vis met de pet
 

 
Ook zou ik je willen vragen
onzichtbaar
achter een boom te plassen.

En niet met je broek op je enkels verder te fietsen.

Volgens mij getuigt dit niet
van gezond verstand.
En voor je het weet, ben je verkouden.

Ook in je hoofd. En spat je dan overmatig vissen.

 

 

 

PS.
Ik ben niet (meer) van deze wereld en deze tijd.
Ik ga niet achter een boom staan om me af te vragen
wat ik daar doe.
Laat mijn broek daar ook niet zakken.

Je hebt dan misschien eerder een gas-boete dan een verkoudheid.

Neen, ik word verdrietig
van deze woorden. En bedenkingen.
Ik had liever dat de twijgjes waren blijven staan. En geen papier geworden.

Zodat ze konden botten in maart. En ons vertellen dat het lente wordt.
 

 

de handelingen


Het echtpaar Campert bij hun potje Scrabble, een dagelijks ritueel. Rechts het kunstwerk van Emma Kay ©Frederique van Rijn

De Camperts scrabbelen niet meer bij The Diary of Anne Frank

Een kunstwerk van de Britse Emma Kay is na twintig jaar bij Deborah Campert en haar man, schrijver Remco, verhuisd van Zuid naar de Prinsengracht. ‘Remco vond het ook geweldig, maar hem kan niets zo veel meer schelen.’

Jan Pieter Ekker

bron Het Parool

°°° °°° °°°

 

 

Zal ik zwijgen.
Verdraagt dit beeld, een woord?
Verlamt
een zin hun handen.

En de stilte.

 

 

 

 




PS.
Laat mij schuilen in een voetnoot.
Daar leefde ik al.
In de ondraaglijke lichtheid.

Van mijn bestaan.

Terwijl zij de sterren van de hemel
leefden.
Op papier. Tussen de lusten en de liefde. 

En in de kapitalen van het nieuws.

 

 

nog geen brief

Afbeeldingsresultaat voor vasalis
Internet – M. Vasalis – Literatuurmuseum

 

Angst 

 

 

Ik ben voor bijna alles bang geweest:
voor ’t donker, voor figuren op het kleed
voor stilte, voor de schorre kreet
van de avondlijke venter, voor een feest,
voor kijken in de tram en voor mezelf.
Dat zijn nu angsten, die ik wel vertrouw
Er is één ding gekomen, dat ik boven alles vrees
en dat mij kan vernietigen; dat ik bedelf
onder een vracht van rede, tot het wederkeert:
dat is het nuchtere gezicht van mijn mevrouw
wanneer zij ’s morgens in de kamer treedt
samen met het ontluisterd licht en dat ik weet
wat ze zal zeggen: nog geen brief, juffrouw.

M. Vasalis,
uit Parken en Woestijnen.
Uitgeverij van Oorschot 1940

°°°

 

 

zoals de sigaret verdween
uit het leven
van dichters en schrijvers

die krinkelende inspiratie

rondom hun hoofd
terwijl de pen haar weg zocht
over het wit

naar een verre lezer

die ruikt aan zijn verzen
de geur van inkt proeft
en zijn woorden inhaleert

zo verdween de brief onopgemerkt.

 

 

PS.
Tijd.
Je ziet enkel de symptomen.
Achteraf.

Zoals rimpels.
Die vroeger verzamelen.

Ik hou van dit soort beelden.
Ze schrijven mij neer.

En hoe tijd slechts blijft bestaan in een herinnering.
Toen brieven mijn enige weg naar buiten waren.

 

 

beeld en verbeelding


Uit DSL – Annet Schaap – © Patrick Post

 

 

 

Ze komen er allebei achter dat je je alleen maar vrij kunt voelen als je jezelf kunt aanvaarden.

‘Zolang je dat niet kan, ben je niet echt vrij. Maar het is ontzettend moeilijk, want vaak is het beeld dat je van jezelf hebt ook een houvast. Dat merk ik bij mezelf….

Er zit veel eenzaamheid in het boek.

‘We zijn allemaal eenzaam. We zitten wel een beetje bij elkaar, maar iedereen heeft zijn eigen ziel, ideeën en gedachten. En verlangens die niet worden ingelost. Dat had ik als kind ook heel erg. Ik ben vriendelijk en beschermd opgevoed, en toch voelde ik dat ik iets anders wilde. Dat maakte dat ik sommige boeken zo mooi vond om te lezen. …

Uit De Standaard der Letteren – 16 november 2018

°°°

 

 

Het is nieuwjaar. En ochtend.
De knallen zijn uitgestorven.
De dag wacht.

Ook op mij.

Ik schrijf me samen.
Verzamel woorden.
Om me gezelschap te houden.

Het beeld hierboven troost me.

Ik zie gemis en verlangen.
Verval en verte.
Een venster en gordijnen.

Een vrouw.

Het alphabet is weerloos.
Tegenover de pixels.
Het beeld domesticeert het woord.

Alleen de verbeelding ontsnapt. Aan het kader.

 

 

PS.
Misschien lig jij nog in bed.
Moe van het feest.
Dat het oude jaar achterliet.

Hoeveel herinneringen heb je verzameld.
En maken ze je gelukkig.
Of wil je een slot op het jaar.

Afgesloten. Met verlies.

 

PS.
Nog elke dag vecht ik om mezelf te aanvaarden.
In het wat. En het hoe.
Het verleden verander je niet. De toekomst ook niet.

Vrees ik.
Ik ga nu voor de troost.
Van stromend warm water.

 

 

 

 

Luister goed naar wat ik verzwijg

Afbeeldingsresultaat voor remco campert
Literatuurmuseum – De tijd duurt één mens lang – 1962

.

Poëzie

Van mooie poëzie heb ik nooit zo erg gehouden
tenzij je niet merkte dat ze mooi was
zoals snel het licht
dat schampt langs een spoorrail
of de sneeuwvlok die smelt op de straatsteen
maar verder
heb ik van mooie poëzie nooit zo erg gehouden
tenzij ze heel mooi was
zoals toen je op de tramhalte stond
en ik je zag in het voorbijgaan

Uit: Nieuwe herinneringen (2007) Remco Campert

 

                                                     …

 

En toen ze voorbij ging
dacht ik dat ze nooit zou sterven

ik hield mijn adem in
terwijl zij licht en lucht werd

lichter dan een sneeuwvlok
maar langer dan de schaduw

van de tijd

die zij verleidde alsof zij
eeuwig was

minutenlang, een uur of zo
tot aan de lente alleszins

en dat zij dan bloeide als geen ander.

 

 

PS.
Ik luisterde zopas naar Remco Campert in Berg en Dal.
Bij Klara. Een beminde.

En hij was een kuchend jongetje.
Van koppig roken.

Maar ook van verzen.
Vers als vrieslucht in een berijpte ochtend.

En dan weet ik dat mijn aandachtige vingers
luistervinken. En zich niet kunnen bedwingen.

Om hun alphabet te ontbloten. Ook op dit late winteruur.

Hier tikt een allenige man.
Die geniet van zijn lege-nest-syndroom.
Een ziekte die hij niet zou willen missen.

 

                            …

 

Luister goed naar wat ik verzwijg   –     Remco Campert

15 jan. 2017 19:17

°°°



PS.
En dan wordt het december. 2018. 
Zondag en bijna Oudjaar.
En je luistert. Naar de avond.

Of hij iets verzwijgt. Voor jou.
Die te lange pauzes. In je ogenblikken.
En komma's die haperen. In je stem.

Lees je nog wel.
Wat ik in stilte bewaar.
Wat te week is voor woorden.

En te hard voor taal.

°°°

En zo geef ik woorden nog een kans.
Die ze nooit zouden krijgen.
Zonder deze plek. En mijn pennenridders. 




Missen is een werkwoord

Afbeeldingsresultaat voor dansend meisjeInternet – Het geheugen van Nederland

 

 

Zoals je de zee mist. En de zon.
Maar ook de sneeuw.
En vlokken voor het venster.

Maar dan anders.

Zoals dat meisje met korenblond haar.
En die trage wals. Waarin je wilde wonen.
Met haar.

Maar we kregen armen.
Van iemand anders.
En de kilte. Van verlaten.

Missen doe je nooit alleen.

 

 

 
31-05-13

 

 

PS. 2018
We zijn vijf jaar later.
De zee is voorbij. En de sneeuw ontrouw.

Alleen het venster
onthield de vlokken. En het jongetje.

Het dorp verdween.
En het verlangen stierf.

Toen ging het gemis heen.
Alsof alles nutteloos was geweest.

En vergeten.